Op 2 december 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over de vraag of een vennootschap onder firma (vof) mag volstaan met de indiening van één Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) bij een aanbesteding. Deze uitspraak biedt belangrijke verduidelijking voor ondernemers die als vof deelnemen aan aanbestedingsprocedures.
Achtergrond van de zaak
Deze zaak speelde in het kader van een Europese aanbesteding voor busvervoer van basisschoolleerlingen. De opdracht werd gegund aan Kupers, een vof, die bij haar inschrijving slechts één UEA had ingediend. Concurrent Taxi Horn kwam in kort geding op tegen de gunning van de opdracht door gemeenten aan Kupers.
Taxi Horn stelde dat Kupers naast haar eigen UEA ook die van haar beide vennoten had moeten overleggen. Kupers en de gemeenten meenden van niet. De voorzieningenrechter wees de vorderingen af.
In hoger beroep stelde het hof Den Bosch een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvjEU). Deze vraag luidde als volgt: wanneer mag een ondernemer, indien daarin personen (natuurlijke personen en/of rechtspersonen) samenwerken, volstaan met het indienen van één UEA?
HvJEU over de UEA-verplichting
Het HvJEU oordeelde dat een vof slechts één UEA hoeft in te dienen als zij de opdracht zelfstandig en uitsluitend met eigen middelen kan uitvoeren. Indien de vof echter een beroep moet doen op de middelen van haar vennoten, moeten ook de UEA’s van die vennoten worden ingediend. Dit heeft ermee te maken dat er dan een beroep wordt gedaan op de draagkracht van de vennoten in plaats van de vof. In zulk geval dient voor elk van de vennoten op wiens draagkracht een beroep wordt gedaan, een UEA te worden ingediend.
Verder geeft het HvJEU aan dat een onderneming zoals de vof dient aan te tonen dat zij de betrokken opdracht met uitsluitend haar eigen personeel en materiaal kan uitvoeren. Dat wil zeggen: met de middelen die haar gezamenlijke vennoten overeenkomstig de vennootschapsovereenkomst aan de vof hebben overgedragen en waarover de vof vrijelijk kan beschikken.
Uitspraak van de Hoge Raad
Taxi Horn gaat vervolgens in cassatie tegen de uitspraak van het hof Den Bosch. In cassatie stelt Taxi Horn dat het hof Den Bosch een onjuiste uitleg heeft gegeven aan de uitspraak van het HvJEU. Volgens Taxi Horn zou een vof alleen met één UEA kunnen volstaan als zij de benodigde middelen in eigendom heeft.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Taxi Horn en volgt het hof Den Bosch in haar oordeel. Relevant hierbij is de juridische structuur van de vof. Een vof heeft geen eigen rechtspersoonlijkheid en kan juridisch gezien geen eigendom hebben. Middelen die zij gebruikt, behoren toe aan de gezamenlijke vennoten. Als het HvJEU zou hebben vereist dat een vof eigenaar moet zijn van de middelen, betekent dit dat een vof nooit met één UEA zou kunnen volstaan. Dat is niet wat het HvJEU heeft bepaald.
Wat in dit geval wél doorslaggevend is, is zeggenschap over de middelen. Het moet gaan om middelen die de vennoten volledig aan de vof hebben overgedragen, zodat deze middelen deel uitmaken van de goederengemeenschap van de vof. De Hoge Raad bevestigt daarmee dat eigendom geen harde eis is, zolang de vof maar vrijelijk over de middelen kan beschikken.
Conclusie en impact
Deze uitspraak biedt duidelijkheid voor vof’s die deelnemen aan Europese aanbestedingen. Waar er eerder mogelijk onduidelijkheid bestond over het aantal UEA’s dat moest worden ingediend, is dit nu helder:
– Eén UEA is voldoende, zolang de vof voor haar aanbesteding niet steunt op de individuele draagkracht van haar vennoten.
– Eigendom is geen vereiste, zolang de vof maar vrijelijk over de middelen kan beschikken.
Heeft u een vof en doet u mee aan Europese aanbestedingen? Dan is deze uitspraak van groot belang voor uw inschrijvingsstrategie en het indienen van UEA’s. Heeft u vragen over uw positie als VOF in een aanbestedingsprocedure? Neem contact op met onze specialisten. Wij helpen u graag verder.

