In een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam heeft de rechter zich gebogen over de vraag of er sprake was van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht tussen de in de procedure betrokken partijen. Dit is de eerste uitspraak waarin de vereisten van het Deliveroo-arrest getoetst worden sinds de uitspraak van de Hoge Raad in het Uber-arrest afgelopen februari. In dit blog bespreken we de feiten, de juridische beoordeling en de gevolgen van de uitspraak van de rechtbank Rotterdam.
De feiten
In deze zaak was de werkende van 1 juni tot 5 oktober 2024 actief als bedrijfsleider in een pannenkoekenrestaurant. Op 5 oktober 2024 werd hij beschuldigd van het stelen van een bedrag van €242,50 uit de kluis. Als gevolg daarvan werd de overeenkomst van opdracht beëindigd door de opdrachtgever, hetgeen de opdrachtgever op 8 oktober 2024 per e-mail bevestigde.
De werkende vocht deze beëindiging echter aan bij de kantonrechter. Hij stelde dat hij in loondienst was en dat er dus sprake was van een arbeidsovereenkomst. Op basis daarvan vorderde hij onder meer de betaling van een transitievergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding. De opdrachtgever was de stelling toegedaan dat geen sprake was van een arbeidsovereenkomst, maar een overeenkomst van opdracht.
Beoordeling door de kantonrechter
Volgens de kantonrechter was er geen sprake van een arbeidsovereenkomst, maar van een overeenkomst van opdracht. Bij deze beoordeling werden de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest als volgt afgewogen.
De werkende had zelf gekozen voor een samenwerking op basis van een overeenkomst van opdracht en had hiervoor een door hem gebruikte modelovereenkomst aangeleverd. Hij factureerde wekelijks zijn gewerkte uren tegen een tarief van €30,- exclusief btw per uur, welke beloning hoger was dan die van de werknemers. Er werd geen loonbelasting ingehouden en er werden ook geen loonstroken verstrekt. Verder had de werkende geen recht op verlof en werden er geen functioneringsgesprekken met hem gevoerd (hij was als werkende dus niet ingebed in de organisatie). Ook had hij een beroeps- en/of aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Bovendien had hij al jarenlang een eenmanszaak en trad hij in het economisch verkeer zowel als ondernemer als werknemer op. Deze factoren duiden op een zekere mate van zelfstandigheid en passen bij de kenmerken van een overeenkomst van opdracht.
Tegelijkertijd waren er ook sterke aanwijzingen voor een arbeidsovereenkomst. De werkgever bepaalde namelijk grotendeels de werktijden en de wijze waarop de werkzaamheden moesten worden uitgevoerd, waardoor de werkende weinig vrijheid had in de uitvoering van zijn taken. De werkende droeg bedrijfskleding en verrichtte werkzaamheden die vergelijkbaar waren met die van andere werknemers in loondienst. De werkzaamheden waren ingebed in de organisatie en in de overeenkomst was geen bepaling opgenomen over de al dan niet bestaande verplichting het werk persoonlijk uit te voeren. Deze elementen wijzen op een gezagsverhouding en structurele inbedding, wat kenmerkend is voor een arbeidsovereenkomst.
Ondanks de aanwijzingen voor een arbeidsovereenkomst, achtte de kantonrechter de kenmerken voor een overeenkomst van opdracht echter doorslaggevend. De partijen hebben zich tijdens de samenwerking meer gedragen als opdrachtgever en opdrachtnemer dan als werkgever en werknemer. Hierdoor werd de vordering van de werkende tot betaling van een transitievergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding afgewezen.
Tot slot
In deze uitspraak werden de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest afgewogen. Uit het Uber-arrest van februari blijkt dat er geen vaste rangorde bestaat tussen deze gezichtspunten en dat het gezichtspunt ‘ondernemerschap’ even zwaar weegt als de andere gezichtspunten. Deze uitspraak laat zien hoe rechters zulke afwegingen maken en biedt werkgevers en zelfstandigen inzicht in de juridische beoordeling van arbeidsrelaties.
Heeft u vragen over dit blog of wilt u weten wat dit arrest betekent voor uw specifieke situatie, dan kunt u vanzelfsprekend contact met ons opnemen via 0495-536138 of sierssel@abenslag.nl.

