De Afdeling bestuursrechtspraak heeft een nieuwe norm gesteld: voortvarendheid is niet langer voldoende om een drugspandsluiting te rechtvaardigen. Tijd speelt een cruciale rol en wie verantwoordelijk is voor vertraging doet er niet meer toe.
Een verhaal uit de praktijk: de klok tikt mee
Op een zwoele zomerdag in augustus 2021 werd in een rustige straat een woning binnengevallen. Achter gesloten gordijnen troffen agenten een verborgen wereld aan: een hennepplantage met 124 planten, ver boven de toegestane grens. De geur van aarde en kunstlicht hing zwaar in de lucht. Illegale stroomtap leidde tot gevaarlijke situaties. De burgemeester van de betreffende stad besloot in december dat de woning drie maanden dicht moest. Maar het besluit tot sluiting werd pas in juni 2022 genomen.
Wat in eerste instantie een daadkrachtige reactie leek, veranderde in een juridische worsteling. Want de hoogste bestuursrechter had inmiddels een andere bril opgezet.
De nieuwe koers: tijd als toetssteen
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 16 juli 2025 een reeks uitspraken gedaan die de spelregels rond woningsluitingen op basis van de Opiumwet herschrijven. De kern? Het tijdsverloop tussen ontdekking en besluitvorming is doorslaggevend. Niet langer telt of de burgemeester voortvarend heeft gehandeld. Wat telt, is of de sluiting op het moment van besluitvorming nog geschikt en noodzakelijk is.
De Afdeling stelt: “Tijdsverloop tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge zijn besluitvorming tot sluiting overgaat, kan ertoe leiden dat sluiting van een woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet redelijkerwijs niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. Door tijdsverloop kan zich immers de situatie voordoen dat de onrechtmatige situatie al is hersteld en beëindiging van de overtreding en de negatieve effecten daarvan en het voorkomen van herhaling niet meer aan de orde zijn of niet meer in die mate dat de woning moet worden gesloten. Aan wie het tijdsverloop te wijten is, is niet relevant.”
Met andere woorden: als de gemeente vertraagt, kan de sluiting onrechtmatig zijn als de situatie inmiddels genormaliseerd is.
Sluiten als signaal? Niet meer voldoende
Een sluiting puur als waarschuwing aan de buurt? Dat is niet meer genoeg. De Afdeling benadrukt dat een herstelsanctie een daadwerkelijk herstel moet bewerkstelligen. Als de overtreding al is beëindigd en herhaling niet aannemelijk is, dan is sluiting disproportioneel.
In de zaak van de hennepplantage bleek dat de burgemeester onvoldoende kon aantonen dat de situatie na tien maanden nog problematisch was. De sluiting werd daarom afgewezen.
Praktische gevolgen: burgemeesters moeten scherper toetsen
Tot voor kort konden burgemeesters zich beroepen op hun voortvarendheid. Lag de vertraging bij een andere instantie? Dan was sluiting vaak nog verdedigbaar. Die lijn is nu verlaten. De toets ligt bij de actuele noodzaak en geschiktheid van de maatregel.
Opvallend is dat lagere rechters deze koerswijziging nog niet altijd volgen. In recente uitspraken werd tijdsverloop alsnog geaccepteerd op basis van voortvarendheid. Maar volgens de Afdeling is dat niet langer toereikend, tenzij helder wordt onderbouwd waarom sluiting nog steeds nodig is.
Reflectie
Deze ontwikkeling vraagt om een andere houding van gemeenten. Niet alleen snelheid, maar ook actualiteit en proportionaliteit moeten leidend zijn. De klok tikt mee in de juridische beoordeling en wie de tijd uit het oog verliest, kan het recht verliezen om te sluiten.
Vragen over woningsluiting en openbare orde?
Neem gerust contact met me op. Ik help je graag verder.

