Eerder dit jaar hebben we u geïnformeerd over de klachtplicht bij een concurrentiebeding en bij interne bestuurdersaansprakelijkheid. De klachtplicht bleek volgens de Hoge Raad niet van toepassing te zijn op vorderingen uit hoofde van interne bestuurdersaansprakelijkheid (ex artikel 2:9 BW) en tevens mist de klachtplicht toepassing bij concurrentiebedingen. De Hoge Raad heeft recent een uitspraak gedaan over de klachtplicht bij achterstallig loon. In dit blog lees je of de Hoge Raad ook hier van overweegt dat de klachtplicht (artikel 6:89 Burgerlijk Wetboek) toepassing mist.
De casus
De Hoge Raad heeft op 20 september 2024 twee arresten gewezen met dezelfde inhoud: Hoge Raad 20 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1278 en Hoge Raad 20 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1281. Twee horecawerknemers hebben in rechte betaling gevorderd van onbetaald gelaten overuren. De werknemers waren van 2011 tot juni 2018 in dienst en zij klaagden pas vijf maanden na het einde van het dienstverband over de onbetaalde overuren.
Zowel de kantonrechter als het gerechtshof hebben de vorderingen van de werknemers afgewezen. Het hof heeft hieraan ten grondslag gelegd dat de werknemers niet binnen bekwame tijd hebben geklaagd over de (gedeeltelijke) niet-betaling van de gewerkte overuren. Zij hebben volgens het gerechtshof niet voldaan aan de klachtplicht van artikel 6:89 BW.
Artikel 6:89 BW
De klachtplicht houdt in dat een schuldeiser die op de hoogte is van een gebrek in een prestatie, de schuldenaar hierover moet inlichten. Indien de schuldeiser niet tijdig klaagt over een gebrek in de prestatie, dan vervalt het vorderingsrecht.
Hoge Raad
De werknemers gaan in cassatie bij de Hoge Raad. Zij stellen dat de klachtplicht niet van toepassing is op arbeidsrechtelijke loonvorderingen. Daarnaast brengen zij naar voren dat de klachtplicht alleen van toepassing is bij een gebrek in de prestatie. Gedeeltelijke niet-betaling (van overuren) is volgens de werknemers geen ondeugdelijke prestatie, maar in het geheel geen prestatie. De klachtplicht van artikel 6:89 BW zou dan toepassing missen.
De Hoge Raad overweegt dat zowel de eerste opvatting alsook de tweede opvatting van de werknemers onjuist is. De Hoge Raad overweegt allereerst dat de klachtplicht in beginsel van toepassing is op alle verbintenissen. Ook de verbintenissen uit hoofde van een arbeidsovereenkomst en de verbintenissen tot betaling van een geldsom.
Ook de tweede opvatting is onjuist. Het niet volledig betalen van loon of een overwerkvergoeding is niet naar zijn aard het in het geheel niet verrichten van een prestatie, zo overweegt de Hoge Raad. Onder omstandigheden zou dat wel zo kunnen zijn, maar dergelijke omstandigheden waren volgens het hof hier niet aanwezig.
Niettemin slaagt het cassatieberoep van de werknemers toch. Voor het geval de klachtplicht wel van toepassing zou worden geoordeeld, hadden de werknemers aangevoerd dat het hof een aantal door hen aangevoerde omstandigheden onvoldoende heeft betrokken bij de vraag of eerder klagen in dit geval van hen verlangd kon worden. Volgens de Hoge Raad had het hof inderdaad op die omstandigheden moeten reageren. Daarom vernietigt hij de arresten van het hof alsnog. De kwestie is terugverwezen naar het gerechtshof te Den Haag voor verdere behandeling en beslissing.
Tot slot
De klachtplicht van artikel 6:89 BW is dus in principe van toepassing op loonvorderingen c.q. op verbintenissen uit hoofde van een arbeidsovereenkomst. In loonvorderingskwesties is het dus van belang om te toetsen of door de werknemer tijdig is geklaagd over het niet uitbetalen van bijvoorbeeld overwerkuren.
Heeft u vragen over dit blog of wilt u meer wil weten over een bepaald onderwerp, dan kunt u vanzelfsprekend contact met ons opnemen via 0495-536138 of info@abenslag.nl.

