Goede bedoelingen, slechte afloop: persoonlijk aansprakelijk als bestuurder

Het komt geregeld voor dat iemand formeel de bestuurder is van een besloten vennootschap (BV), maar daar feitelijk niets mee doet. Vaak gebeurt dat met de beste bedoelingen om iemand te helpen, in de veronderstelling dat er geen risico bestaat zolang men zich in de praktijk niet met de onderneming bemoeit.

Maar niets is minder waar. Bestuurders van een BV dragen een grote verantwoordelijkheid en kunnen zich niet zomaar verschuilen achter het handelen van een ander, ook niet als zij slechts ‘op papier’ bestuurder zijn.

Casus

Een recente uitspraak van de rechtbank Overijssel (ECLI:NL:RBOVE:2025:5628) is hiervan een goed voorbeeld. Een vader wilde een onderneming beginnen, maar kon dat niet vanwege zijn persoonlijke faillissement. Hij vroeg daarom zijn zoon om hulp. De zoon richtte vervolgens de BV op en liet zich inschrijven als formeel bestuurder bij de Kamer van Koophandel. Daarna hield hij zich volledig afzijdig; hij had geen zicht op de dagelijkse gang van zaken en bemoeide zich niet met het beleid. Dit liet hij volledig over aan zijn vader, zonder daar toezicht op te houden.

Ondertussen ging de BV aanzienlijke financiële verplichtingen aan, terwijl er geen bedrijfsactiviteiten of inkomsten waren. Uiteindelijk leidde dat tot het faillissement van de vennootschap, met een schuldenlast van minimaal € 375.000.

De curator wendde zich vervolgens tot de zoon als statutair bestuurder. De zoon voerde aan dat hij niet aansprakelijk kon zijn, omdat zijn vader volledig verantwoordelijk was voor het aangaan van de schulden en hij zich daar op geen enkele wijze mee had bemoeid. Die redenering hield echter geen stand.
De rechtbank oordeelde dat de zoon als de officiële bestuurder verantwoordelijk bleef voor wat er binnen de BV gebeurde. Wellicht had hij de aansprakelijkheid nog kunnen ontlopen als hij controle had uitgeoefend op zijn vader en er alles aan had gedaan om te voorkomen dat zijn vader de schulden aanging, maar daarvan was geen sprake.

Juridisch kader 

De wettelijke basis hiervoor ligt in artikel 248 van het Tweede Boek van het Burgerlijk Wetboek (2:248 BW). Dit artikel bepaalt dat bestuurders van een BV hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het tekort in het faillissement als het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest.

Een bestuurder kan aan aansprakelijkheid ontkomen door te bewijzen dat het onbehoorlijke bestuur niet aan hem te wijten is én dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen te voorkomen. (Dit wordt ook wel ‘disculperen’ genoemd). 

In deze zaak slaagde de zoon daar niet in. Hij had geen enkel toezicht gehouden op het handelen van zijn vader en derhalve ook geen maatregelen getroffen. Daarmee had hij niet gehandeld zoals van een redelijk denkend en handelend bestuurder mag worden verwacht. 

Conclusie

De les is duidelijk: wie zich als bestuurder van een BV laat inschrijven, draagt verantwoordelijkheid, ook als die rol slechts “formeel” is bedoeld.

Zich afzijdig houden of de feitelijke leiding overlaten aan een ander, biedt geen bescherming tegen aansprakelijkheid.

Vragen? 

Heeft u vragen over bestuurdersaansprakelijkheid of de gevolgen van een faillissement van een vennootschap waarvan u bestuurder bent (geweest)?

Of wilt u weten hoe u kunt voorkomen dat u persoonlijk aansprakelijk wordt gesteld? Neem gerust contact met ons op. Wij denken graag met u mee, adviseren over uw positie en staan u bij in onderhandelingen of procedures.