In Personen & familierecht

Zonder een “ja, ik wil” toch een gemeenschap van goederen voor samenwoners?

Door Daniëlle Kuppens, geplaatst op 19 juni 2020 in Personen & familierecht

Ook al zijn samenwoners niet getrouwd, ze leven wel vaak op een vergelijkbare manier samen (‘als ware zij gehuwd’). De één werkt minder of niet en neemt (een groter deel van) het huishouden en/of kinderen voor zijn of (meestal) haar rekening en de ander krijgt de kans carrière te maken of blijft in ieder geval fulltime werken. Hoe zit het dan als deze samenwoners uit elkaar gaan? Heeft degene die de zorg voor kinderen en/of huishouding heeft gedragen ook recht op een deel van het vermogen van de ander of recht op verrekening? De rechtbank Noord-Nederland heeft in haar vonnis van 22 januari 2020 (ECLI:NL:RBNNE:2020:441) bepaald van niet.

2020-03-31 09:04:47 DEN HAAG - Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken) geeft een toelichting over de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud. Met de regeling kunnen bedrijven die zijn getroffen door de coronacrisis tot 90 procent van hun loonkosten vergoed krijgen. ANP BART MAAT

Deze zaak betrof een man en een vrouw (met kinderen) die samenwoonden zonder samenlevingsovereenkomst. Tijdens de relatie spaart de man van zijn inkomen een bedrag van € 625.000,-. Dit bedrag staat op de en/of rekening van partijen. Bij het uit elkaar gaan, maakt de vrouw de helft van dit bedrag (€ 312.500,-) over naar haar eigen bankrekening. De man vordert terugbetaling van dit bedrag. De vrouw beroept zich er op dat partijen een stilzwijgende overeenkomst hebben gesloten. Deze overeenkomst zou, volgens de vrouw, inhouden dat tussen partijen sprake is van een gemeenschap van goederen. Partijen hadden namelijk met elkaar samengeleefd als ware zij gehuwd in wettelijke gemeenschap van goederen. Daarnaast stelde de vrouw nog dat sprake was van een natuurlijke verbintenis van de man jegens de vrouw.

De rechtbank stelt voorop dat de Nederlandse wet geen regeling kent die de juridisch verhouding tussen samenwonende partners regelt, zoals het vermogensrecht wel voor echtgenoten en geregistreerde partners doet (in boek 1 van het Burgerlijk Wetboek). Samenwonen an sich heeft dus geen vermogensrechtelijke gevolgen. Zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap ontstaat dus niet “vanzelf” een gemeenschap. Wel kunnen samenwoners hierover afspraken maken in een samenlevingsovereenkomst.

Dit brengt met zich mee dat de vermogens van samenwoners tijdens de samenwoning gescheiden blijven. Verdeling van vermogens in goederenrechtelijke zin (wie is/blijft eigenaar?) is dus alleen aan de orde als er gemeenschappelijke goederen zijn verworven, zoals bijvoorbeeld de aankoop van een gemeenschappelijke woning.

Zonder huwelijk, geregistreerd partnerschap of nadere afspraken ontstaat voor samenwoners niet “vanzelf” een gemeenschap van goederen en dus blijven hun vermogens gescheiden.

Het ontbreken van een wettelijke regeling betekent ook dat er geen grond is voor een algemene rechtsregel die samenwoners verplicht om de waarde van bepaalde (eigen) vermogensbestanddelen met elkaar te verrekenen. Je kunt als samenwoner dus ook geen aanspraak maken op een uitbetaling van een deel van de waarde van vermogen van de ander. Ook niet als je als samenwoners hebt geleefd alsof jullie waren gehuwd in wettelijke gemeenschap van goederen. Een verplichting tot verrekening van de waarde kan pas ontstaan als samenwoners hierover iets hebben afgesproken.

Dat brengt de rechtbank bij het beroep van de vrouw op een stilzwijgende overeenkomst tot het aangaan van een huwelijksgemeenschap en de natuurlijke verbintenis. De rechtbank oordeelt dat van beide geen sprake is. Dit betekent dat de vermogens van partijen gescheiden zijn gebleven en de vrouw het spaargeld aan de man moet terugbetalen.

Het bovenstaande betekent – kort gezegd – dat samenwoners er verstandig aan doen om vooraf goed na te denken over de (financiële) gevolgen, die hun samenwoning gaat hebben, en over (vermogensrechtelijke) keuzes die zij tijdens hun relatie en samenwoning maken. Vinden zij de wettelijke basis voldoende of willen zij aanvullende afspraken maken? Goede en duidelijke afspraken vooraf, voorkomen dat zaken niet geregeld zijn en één van de partners (voor zijn of haar gevoel) “financieel bedrogen” uit de verbreking van de relatie en samenwoning komt.

Heeft u naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Neemt u dan vrijblijvend contact op met mw. mr. D.J.M. (Daniëlle) Kuppens (dkuppens@abenslag.nl of 0495-536138).

Daniëlle Kuppens

Daniëlle Kuppens

Daniëlle Kuppens is in meerdere richtingen succesvol afgestudeerd aan de Universiteit van Tilburg. Zo heeft zij haar Bachelor Nederlands Recht behaald, evenals haar Master Milieurecht en haar Master Rechtsgeleerdheid.