In Handelsrecht & procederen

Wel of geen verruiming vrije advocaatkeuze voor Nederland? Wij houden u op de hoogte!

Door Marc Rooijen, geplaatst op 9 oktober 2020 in Handelsrecht & procederen

Op 14 mei 2020 heeft het Europees Hof een uitspraak gedaan in een Belgische zaak waarin het recht op vrije advocaatkeuze ter discussie staat. Naar aanleiding van deze uitspraak is door rechtsbijstandsverzekeraars de vraag opgeworpen vanaf welke moment een consument met een verzekering recht heeft op de vrije advocaatkeuze. De Nederlandse Orde van Advocaten heeft een standpunt bepaald, dat haaks staat op dat van het Verbod van Verzekeraars.

Artikel 201, lid 1, onder a), van de Europese Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) legt aan de lidstaten op dat in elke overeenkomst inzake rechtsbijstandverzekering uitdrukkelijk wordt bepaald dat indien een advocaat of andere persoon die volgens het nationaal recht gekwalificeerd is, wordt gevraagd de belangen van de verzekerde in een gerechtelijke of administratieve procedure te verdedigen, te vertegenwoordigen of te behartigen, de verzekerde vrij is om deze advocaat of andere persoon te kiezen.

Al eerder heeft het Europees Hof uitgemaakt dat een verzekerde recht heeft een eigen advocaat te kiezen zodra er een “gerechtelijke of administratieve procedure” wordt gestart door de verzekeraar. In het daaraan voorafgaande traject, het traject “buiten rechte”, leek een verzekerde nog geen recht te hebben op vrije advocaatkeuze.

In België is wettelijk naast een gerechtelijke bemiddelingsprocedure, ook een buitengerechtelijke bemiddelingsperiode geregeld. In de uitspraak van 14 mei 2020 beantwoordt het Hof een aantal vragen die de Belgische rechter heeft gesteld over de toepassing van de Europese richtlijn, en dus de vrije advocaatkeuze, op de Belgische buitengerechtelijke bemiddelingsprocedure.

Volgens het Europese hof kan “elke fase die kan leiden tot een procedure bij een gerechtelijke instantie, zelfs een voorafgaande fase’, […] onder het begrip “gerechtelijke procedure” vallen.” Het begrip procedure uit artikel 201 van de richtlijn wordt aldus uitgebreid tot aan de voorfase van een gerechtelijke procedure. Voor de Belgische verzekerde betekent de uitspraak dat hij zelfs in een bemiddelingsprocedure al het recht heeft op vrije advocaatkeuze, zelfs als een juridische procedure nog niet zeker is.

De vraag is nu wat de invloed van deze uitspraak is op de verzekerden in Nederland. Betekent dit dat al vanaf de voorbereidingsfase van een procedure geldt dat de verzekerde recht heeft op de vrije advocaatkeuze?

Het Verbod van Verzekeraars acht deze uitspraak van het Europese Hof niet van toepassing op de Nederlandse rechtsbijstandsverzekeringen. In Nederland is geen sprake van een wettelijk geregelde bemiddelingsprocedure. De uitspraak is daarom niet van invloed op de Nederlandse situatie. De Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) deelt dit standpunt uitdrukkelijk niet. De NOvA is van mening dat het Europese Hof verduidelijkt heeft wat wordt verstaan onder “gerechtelijke procedure”: elke fase die kan leiden tot een procedure bij een rechterlijke instantie valt onder het begrip. Dit betekent dat je van meet af aan recht zou hebben op vrije advocaatkeuze.

Alleen een uitspraak van de Nederlandse rechter kan dit verschil van inzicht tot een einde brengen. De Nederlandse rechter zal de uitspraak van het Europees Hof dan toetsen aan de Nederlandse procedure. Het is wachten op een dergelijke uitspraak. Wij volgen de ontwikkelingen voor u op de voet.

Voor vragen over dit artikel kunt u contact opnemen met mr. M.M.M. (Marc) Rooijen (mrooijen@abenslag.nl) of mw. mr. F.M.C. (Fleur) van Helmond (fhelmond@abenslag.nl)

Marc Rooijen

Marc Rooijen

Marc Rooijen voltooide de Master opleidingen Civiel recht en Togamaster aan de Universiteit Maastricht. Met ingang van 1 september 2009 is Marc in dienst bij Aben & Slag Advocaten. Hij houdt zich in hoofdzaak bezig met het procederen voor en het adviseren van commerciële partijen en overheden.