In Personen & familierecht

Uit elkaar gaan met schulden, wie kan er aangesproken worden?

Door Elly Stals, geplaatst op 14 november 2018 in Personen & familierecht

In echtscheidingsprocedures wordt in geval van een huwelijksgemeenschap vaak gediscussieerd over wie wat krijgt.  Als hoofdregel geldt dat niet alleen bezittingen, maar ook schulden 50/50 verdeeld worden. (Ex-)echtgenoten denken vaak dat ook de schuld aan de bank uit hoofde van  een geldlening op dezelfde manier verdeeld kan worden als de bezittingen, maar dit is niet helemaal juist. Het Gerechtshof Den Haag heeft recent een uitspraak gedaan, waarin zij dit misverstand aanduidt met de woorden: “een schuld is geen goed” (Hof Den Haag 24 juli 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:2569). Partijen waren verdeeld over de vraag voor wiens rekening de verplichtingen uit een geldleningsovereenkomst komen.

De casus is als volgt. Partijen zijn samen een flexibel krediet aangegaan. Na beëindiging van de relatie, stelt de man dat hij destijds niet wist dat het ging om een flexibel krediet. De man vindt het onredelijk dat hij gehouden zou zijn om de helft van de lening voor zijn rekening te nemen, terwijl hij niet van de lening geprofiteerd heeft. De vrouw stelt dat beide partijen hebben beschikt over en geprofiteerd van het krediet. Volgens de vrouw wist de man destijds dat hij tekende als kredietnemer. Het Hof oordeelt dat partijen de kredietovereenkomst gezamenlijk zijn aangegaan, wat hen in hun interne verhouding draagplichtig maakt voor het gedeelte van de schuld dat hem of haar aangaat. Het Hof gaat er van uit dat partijen hebben afgesproken dat de man zou meebetalen aan de aflossing van het krediet, nu dit blijkt uit eerdere verklaringen van de man ten overstaan van de kantonrechter. De man heeft zijn stelling dat hij niet heeft geprofiteerd van het krediet niet onderbouwd, waardoor het Hof er van uit gaat dat het krediet ook aan hem is toegekomen. Daarmee is de man gehouden de helft van de verplichtingen uit het krediet te voldoen. Het Hof haalt daarbij aan dat een schuld geen goed is, en daarom niet verdeeld kan worden. Ieder dient dus de helft van de kosten van het krediet te voldoen. Doet één van beide dit niet, dan kan de ander het door hem/haar te veel betaalde terugvorderen (regresvordering). Een regresvordering is echter pas mogelijk op het moment dat de ander meer dan zijn deel van de totale schuld heeft betaald.

“Het is verstandig om afspraken rondom schulden vast te leggen in bijvoorbeeld een convenant.”

Indien twee partijen – onafhankelijk van hun burgerlijke staat – samen een geldlening aangaan, zijn zij in beginsel hoofdelijk aansprakelijk. Dit betekent dat één van de partijen gedwongen kan worden om de gehele verplichting na te komen, ondanks dat er nog een andere schuldenaar is. In de interne verhouding moet iedere partij dat deel van de schuld betalen, wat hem aangaat, tenzij afwijkende afspraken zijn gemaakt. Als beide partijen geprofiteerd hebben van de schuld, zijn zij in beginsel ieder voor 50% draagplichtig.

Wie aansprakelijk is voor de schulden van een ander is afhankelijk van de relatievorm. Bij een huwelijk gesloten in de wettelijke gemeenschap van goederen zijn partijen beiden hoofdelijk aansprakelijk voor de huwelijkse schulden (van de ander). Voor huwelijken gesloten vóór 1 januari van dit jaar geldt dat ook de schulden die zijn ontstaan vóór het aangaan van het huwelijk binnen de gemeenschap vallen. Is het huwelijk gesloten na 1 januari 2018, dan vallen schulden aangegaan vóór het huwelijk niet in de huwelijksgemeenschap.

Bij een huwelijk met huwelijkse voorwaarden zijn de echtgenoten in beginsel enkel aansprakelijk voor eigen schulden. In de huwelijkse voorwaarden kunnen afspraken worden gemaakt over de interne draagplicht van gezamenlijke schulden, zoals bij het aangaan van een gezamenlijke hypotheek.

Bij het ongehuwd samenwonen zijn de samenwoners in beginsel alleen aansprakelijk voor eigen schulden, tenzij er afspraken zijn gemaakt in een samenlevingscontract.

Het is verstandig om afspraken rondom schulden vast te leggen in bijvoorbeeld een convenant. Dit verandert niets aan de aansprakelijkheid van partijen, maar geeft wel duidelijkheid over wie wat moet betalen. Het wijzigen van hoofdelijke aansprakelijkheid kan enkel als hierover (nieuwe) afspraken worden gemaakt met de schuldeiser(s).

Zonder akkoord van de schuldeiser(s) blijven echter beide partijen hoofdelijk aansprakelijk voor een gezamenlijke schuld. De schuldeiser is immers niet gebonden aan onderlinge afspraken tussen partijen.

Heeft u vragen over dit artikel of wilt u meer weten over de (gezamenlijke) schulden bij een scheiding of beëindiging van uw relatie? Neem dan gerust vrijblijvend contact op met mw. mr. Elly Stals (estals@abenslag.nl) of mw. mr. Daniëlle Kuppens (dkuppens@abenslag.nl), telefoon 0495-536 138.

Elly Stals

Elly Stals

Na een achttal jaren werkervaring bij de overheid heeft Elly Stals ruim dertig jaar geleden de keuze gemaakt voor de advocatuur. Gedurende haar lange loopbaan heeft zij een goede reputatie opgebouwd op het gebied van het personen- en familierecht, het insolventierecht en het bestuursrecht.