In Handelsrecht & procederen

Terhandstelling algemene voorwaarden minder vaak noodzakelijk door Dienstenrichtlijn!

Door Fleur van Helmond, geplaatst op 7 juni 2023 in Handelsrecht & procederen

De Hoge Raad heeft op 2 juni 2023 een uitspraak gedaan over de toepassing van de Dienstenrichtlijn en de gevolgen daarvan op de informatieplicht van de dienstverrichter bij de hantering van algemene voorwaarden. In dit blog wordt ingegaan op de Dienstenrichtlijn en de invloed daarvan op de toepasselijkheid en de terhandstelling van algemene voorwaarden door de dienstverrichter.


De Dienstenrichtlijn

De Dienstenrichtlijn bestaat al ruim 16 jaren. De Dienstenrichtlijn beoogt belemmeringen voor de vrije vestiging van dienstverrichters in de lidstaten en voor het vrije verkeer van diensten tussen lidstaten weg te nemen, zodat dienstverrichters in staat zijn zich in een andere lidstaat te vestigen of in staat worden gesteld om diensten in een andere lidstaat aan te bieden. De Dienstenrichtlijn bevat onder meer bepalingen over de vrijheid van vestiging van dienstverrichters en ook bepalingen omtrent het vrij verkeer van diensten.

Het bereik van de Dienstenrichtlijn is groot. Dat blijkt wel uit een arrest van het Europese Hof van Justitie naar aanleiding van prejudiciële vragen van de Hoge Raad en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van begin 2018. Het Hof van Justitie heeft bepaald dat detailhandel ook als “dienst” in de zin van de Dienstenrichtlijn kan worden aangemerkt, terwijl detailhandel feitelijk in essentie de verkoop van goederen inhoudt.


Informatieplicht dienstverrichter bij algemene voorwaarden

Om een beroep te kunnen doen op een algemene voorwaarde moet ‘de gebruiker’ twee horden hebben genomen. De algemene voorwaarden moeten van toepassing zijn (verklaard) op de overeenkomst én de gebruiker moet hebben voldaan aan de informatieplicht. Deze informatieplicht houdt – kort gezegd – in dat de gebruiker de wederpartij in beginsel een redelijke mogelijkheid moet bieden om vóór of bij het sluiten van de overeenkomst van de algemene voorwaarden kennis te nemen. Hoofdregel is dat aan de wederpartij een redelijke mogelijkheid is geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen als de algemene voorwaarden aan de wederpartij ter hand zijn gesteld voorafgaand aan of op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten. Indien niet aan de informatieplicht is voldaan, dan zijn de algemene voorwaarden in beginsel vernietigbaar.

Voor Dienstverrichters geldt een ‘lichter’ regime voor de informatieplicht. Artikel 6:230c BW geeft vier mogelijkheden waarop een dienstverrichter (naar eigen keus) de algemene voorwaarden kan verstrekken:

“1. wordt op eigen initiatief door de dienstverrichter verstrekt

2. is voor de afnemer gemakkelijk toegankelijk op de plaats waar de dienst wordt verricht of de overeenkomst wordt gesloten

3. is voor de afnemer gemakkelijk elektronisch toegankelijk op een door de dienstverrichter meegedeeld adres

4. is opgenomen in alle door de dienstverrichter aan de afnemer verstrekte documenten waarin deze diensten in detail worden beschreven.”

Uit dit artikel 6:230c BW (specifiek lid 3) blijkt dat kan worden volstaan met het noemen van de website waar de algemene voorwaarden te vinden zijn.


Arrest Hoge Raad

In de zaak die voorlag bij de Hoge Raad stond eerst ter discussie of een groothandel, in dit geval van slachtafval, een ‘dienst’ betreft in de zin van de Dienstenrichtlijn. Bij de beantwoording van die vraag verwijst de Hoge Raad naar het arrest van het Hof van Justitie van Europa uit 2018, waarin het Hof oordeelde dat detailhandel in goederen een dienst in de zin van de Dienstenrichtlijn is. De Hoge Raad overweegt:

“De overwegingen van het HvJEU die hebben geleid tot het oordeel dat detailhandel een dienst in de zin van de Dienstenrichtlijn is, laten er redelijkerwijs geen twijfel over bestaan dat ook groothandel zo’n dienst is”

De Dienstenrichtlijn is aldus van toepassing, zodat de vraag of de groothandelaar c.q. de dienstverstrekker heeft voldaan aan de informatieplicht dient te worden beantwoord aan de hand van artikel 6:230c BW. De groothandelaar heeft op haar facturen vermeld dat haar algemene voorwaarden kunnen worden ingezien op haar website. De Hoge Raad overweegt vervolgens in het kader van de informatieplicht bij dienstverstrekkers:

“Het antwoord op de vraag of de algemene voorwaarden daarmee gemakkelijk elektronisch toegankelijk zijn als bedoeld in art. 6:230c, aanhef en onder 3, BW, is afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval. Indien de algemene voorwaarden zonder noemenswaardige inspanning gevonden kunnen worden op of via de website waarnaar op de facturen is verwezen, moet worden aangenomen dat de algemene voorwaarden gemakkelijk elektronisch toegankelijk zijn.”

Slot

Dienstverstrekkers hebben aldus aan hun informatieplicht uit artikel 6:234 BW jo. 6:230c BW voldaan als de wederpartij de algemene voorwaarden zonder noemenswaardige inspanning gevonden kunnen worden op of via de website waarnaar op de facturen is verwezen.

Vraagt u zich af of u onder het ‘lichte’ regime van artikel 6:230c BW valt? Of heeft u andere vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem dan contact met ons op via info@abenslag.nl of 0495-536138.