In Arbeidsrecht

Op 5 februari 2024 heeft de rechtbank Limburg uitspraak gedaan in de zaak tussen Stichting Tophandbal Zuid-Limburg en een speler uit het eerste herenteam . De kantonrechter heeft aan de hand van de criteria van de Deliveroo-uitspraak geoordeeld dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst, waardoor de Stichting het achterstallig loon, een transitievergoeding en een billijke vergoeding is verschuldigd aan de speler. In dit artikel leggen we uit hoe de kantonrechter tot deze overweging is gekomen.

De casus

De Stichting sluit zogenoemde “spelersovereenkomsten” met de spelers van het eerste handbalteam van Handbalvereniging Sittardia. De speler in kwestie zit sinds 2014 onafgebroken in bovengenoemd team en heeft sindsdien elk jaar (dan wel elke twee jaar) een spelersovereenkomst getekend. Deze speler ontving vele jaren maandelijks een netto vergoeding van € 1.850,- en daarnaast werd aan hem een auto ter beschikking gesteld.

Daartegenover was deze speler op grond van deze spelersovereenkomst onder andere verplicht om deel te nemen aan wedstrijden, toernooien, groepstrainingen individuele fysieke trainingen, het bijwonen van testcessies, het geven van trainingen, deelname aan stages, clinics, promotionele- en sponsoractiviteiten. Hiermee was de speler ongeveer 20 uur per week ‘zoet’.

De laatste spelersovereenkomst die met de speler in kwestie is gesloten zou lopen tot 30 juni 2023, waarna de overeenkomst van rechtswege zou eindigen. In december van 2022 hebben partijen nog gesproken over een verlenging voor het opvolgende seizoen. De speler raakte evenwel geblesseerd op 20 januari 2023. Op 8 maart 2023 is de speler geopereerd. Aan de speler werd medegedeeld dat de spelersovereenkomst toch niet zou worden verlengd na 30 juni 2023. Ook is over de maand juni 2023 in zijn geheel geen vergoeding/loon meer betaald aan de speler.

De speler meent dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, zodat de handbalclub naast het achterstallig salaris ook transitievergoeding en een billijke vergoeding aan de speler verschuldigd is. Volgens de handbalclub (en ook de overige spelers van de club) is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst. De speler wendde zich tot de kantonrechter.

Bestaat er een arbeidsovereenkomst?

Kern van het geschil is de vraag of tussen partijen een arbeidsovereenkomst heeft bestaan of niet. De kantonrechter beoordeelde deze vraag aan de hand van de in de Deliveroo-uitspraak geformuleerde gezichtspunten.

De rechter concludeerde dat de activiteiten die de speler moest uitvoeren in het kader van de spelersovereenkomst – het spelen van wedstrijden en geven en volgen van trainingen – als arbeid dienen te worden beschouwd. Deze verplichtingen waren verre van vrijblijvend, zoals de handbalclub dat poneerde. Het feit dat amateur-sporters vergelijkbare taken uitvoeren, of dat de handbalclub geen winstoogmerk heeft, is niet relevant volgens de rechter.

Het belangrijkste punt in de beoordeling was dat de handbalclub, vergelijkbaar met een werkgever, aanzienlijke controle had over hoe de speler zijn taken uitvoerde. Deze activiteiten waren van essentieel belang voor de handbalclub en hadden een duurzaam karakter. Bovendien kon de speler niet zomaar vervangen worden door een ander.

Hoewel er weinig onderhandeling was geweest over de spelersovereenkomst, afgezien van de vergoeding, werd vastgesteld dat de geboden vergoeding van € 1.850 netto (alsmede een auto) voor ongeveer twintig uur per week, geen onkostenvergoeding was zoals de handbalclub beweerde, maar eerder loon volgens de wet. De speler droeg geen commercieel risico en vertoonde geen kenmerken van een ondernemer. Het feit dat er geen vakantiegeld werd uitbetaald en dat er geen vakantiedagen waren, deed geen afbreuk aan de juridische classificatie van de situatie als een arbeidsovereenkomst.

Conclusie

Er was sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De speler heeft recht op het achterstallige salaris, alsmede een transitievergoeding van ruim € 6.000,- en billijke vergoeding van bijna € 40.000,- (!). De handbalclub kan nog in hoger beroep, maar vanwege het aangevraagde faillissement lijkt dit niet waarschijnlijk. Voor nu is dit in ieder geval een ‘wake up call’ voor sportclub en ook spelers. Check de contracten!

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of de besproken uitspraak? Voor meer informatie kunt u contact opnemen met collega’s Thijs Zusterzeel en Fleur van Helmond via info@abenslag.nl en/of 0495-536138.