Art. 17 lid 1 CMR bepaalt dat de vervoerder aansprakelijk is voor geheel of gedeeltelijk verlies en voor beschadiging van de goederen, welke ontstaan is tussen het ogenblik van de inontvangstneming van de goederen en het ogenblik van de aflevering, alsmede voor vertraging in de aflevering. Art. 23 lid 5 CMR houdt in dat indien de rechthebbende bewijst dat door vertraging schade is ontstaan, de vervoerder gehouden is voor deze schade een vergoeding te betalen, die niet meer kan bedragen dan de vrachtprijs.

De CMR voorziet niet in een uitputtende regeling van de aansprakelijkheid van de vervoerder. Art. 17 CMR regelt uitsluitend de aansprakelijkheid van de vervoerder voor verlies van of schade aan door hem vervoerde zaken, alsmede voor vertraging in de aflevering. Voor andere schade dan deze kan de vervoerder aansprakelijk zijn op grond van het toepasselijke nationale recht (vgl. met betrekking tot schade aan andere dan de vervoerde zaken HR 15 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1333, NJ 1995/114 (Cargofoor)).

Het hof heeft in rov. 4.5 terecht overwogen dat de vervoersovereenkomst tussen [eiseres] en Transfennica is geëindigd op het moment dat Transfennica de goederen in Hamina had afgeleverd (vgl. HR 17 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BT8464, NJ 2012/289 (Tele Tegelen/Stainalloy)). Het hof heeft evenwel hieraan ten onrechte de gevolgtrekking verbonden dat de door [eiseres] gestelde tekortkoming van Transfennica in haar verplichting tot juiste gegevensverstrekking niet tot aansprakelijkheid van Transfennica op grond van de vervoersovereenkomst kan leiden. De aansprakelijkheid wegens die tekortkoming ziet niet op verlies van of schade aan de vervoerde zaken of op vertraging in de aflevering als bedoeld in de CMR. De CMR regelt deze aansprakelijkheid niet en staat niet aan het aannemen daarvan in de weg. Die aansprakelijkheid moet worden beoordeeld naar nationaal recht.

Ook de art. 8:1095, 8:1096 en 8:1103 BW, waarnaar het hof aan het slot van rov. 4.6 verwijst, hebben op deze aansprakelijkheid geen betrekking.