Bij een rechtskeuze op de voet van art. 3 lid 1 Verordening Rome I is niet uitgesloten dat partijen een deel van een statelijk rechtsstelsel, en niet dat stelsel in zijn geheel, als het toepasselijke recht aanwijzen. Het oordeel van het hof dat de toepasselijkverklaring van de US Cogsa voor zeevervoer van en naar een Amerikaanse haven een geldige rechtskeuze oplevert, die meebrengt dat voor dat vervoer aan het overigens door partijen gekozen Nederlandse recht slechts aanvullende werking toekomt, geeft dan ook geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.