In Personen & familierecht

Partneralimentatie eerlijker, simpeler en korter?

Door Daniëlle Kuppens, geplaatst op 28 september 2018 in Personen & familierecht

Het is al weer drie jaar geleden dat het wetsvoorstel herziening partneralimentatie is ingediend. Inmiddels ligt er een tweede nota van wijziging (Kamerstukken II 2017/18, 34 231, 10), die op een aantal punten aanzienlijk afwijkt van het oorspronkelijke wetsvoorstel.

In tegenstelling tot het oorspronkelijk wetsvoorstel blijft de grondslag voor de partneralimentatie ‘lotsverbondenheid’ en blijft ook de wijze van berekening in stand. Simpeler wordt het berekenen van de partneralimentatie dus niet. Voordeel is echter dat de rechtspraak maatwerk kan blijven leveren in plaats van gebonden te zijn aan een forfaitair systeem met zeer beperkte mogelijkheid tot herziening van de partneralimentatie. Dit betekent dat voor de leek het berekenen van partneralimentatie vaak ‘abracadabra’ zal blijven. Een andere, zeer belangrijke wijziging, die wel in de tweede wijzigingsnota in stand is gebleven, is de duur van de partneralimentatie. De ‘standaardduur’ wordt verkort van 12 jaar naar maximaal 5 jaar. Op deze hoofdregel zijn twee uitzonderingen: langdurige huwelijken en huwelijken met jonge kinderen.

De eerste uitzondering gaat op als er sprake is van een huwelijksduur langer dan 15 jaar en waarbij de alimentatiegerechtigde maximaal 10 jaar jonger is dan de AOW-leeftijd. In dat geval kan de partneralimentatie maximaal 10 jaar duren (tot het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd). De tweede uitzondering geldt als uit het huwelijk kinderen zijn geboren; de partneralimentatie duurt dan totdat de kinderen twaalf jaar zijn.

Ook niet onbelangrijk in het oorspronkelijke wetsvoorstel was de mogelijkheid voor echtgenoten om in hun huwelijksvoorwaarden af te spreken om partneralimentatie bij echtscheiding uit te sluiten. Naar aanleiding van de kritiek hierop, onder andere van de Raad van State, is deze mogelijkheid uit het wetsvoorstel geschrapt.

“De voorlopige conclusie van het gewijzigde wetsvoorstel is daarmee: wel korter, mogelijk eerlijker, maar naar verwachting niet simpeler.”

De initiatiefnemers van het wetsvoorstel willen met de nieuwe wet tegemoet komen aan een veranderde maatschappelijke opvatting inzake partneralimentatie. In de praktijk wordt met name van de zijde van de alimentatieplichtige al enkele jaren geïnformeerd of het voorstel niet al wet is geworden. Voor velen zal het wetsvoorstel dus wel als eerlijker worden ervaren. Daarbij biedt het wetsvoorstel de mogelijkheid om in schrijnende gevallen af te wijken van de standaardregeling en om een passende oplossing te vinden.

Alhoewel de grondslag, de berekeningswijze en het uitsluiten van partneralimentatie in de huwelijksvoorwaarden het gewijzigde wetsvoorstel niet hebben gehaald, blijft dit wetsvoorstel voor alimentatieplichtige aantrekkelijk. Met enige regelmaat wordt geïnformeerd of de ‘nieuwe partneralimentatiewet’ al op hem/haar van toepassing is. Echter, voor de huidige alimentatieplichtige biedt dit wetsvoorstel nog geen soelaas. Het wetsvoorstel is immers nog geen wet en rechters zullen hier niet op vooruit gaan lopen; hiermee zou de rechtszekerheid ook niet gediend zijn. Dit maakt het echter wel belangrijk van het gewijzigde wetsvoorstel nu snel wet te maken. Bovendien gaat de ‘nieuwe’ wet, zoals het wetsvoorstel er nu uitziet, alleen gelden voor toekomstige gevallen. Voor degene waarvoor de partneralimentatie al is vastgesteld voor inwerkingtreding, komt de wet dus te laat. Op hen blijft het ‘oude’ recht van toepassing.

De voorlopige conclusie van het gewijzigde wetsvoorstel is daarmee: wel korter, mogelijk eerlijker, maar naar verwachting niet simpeler.

Heeft u naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Neemt u dan vrijblijvend contact op met mw. mr. D.J.M. (Daniëlle) Kuppens (dkuppens@abenslag.nl of 0495 – 536 138).

Daniëlle Kuppens

Daniëlle Kuppens

Daniëlle Kuppens is in meerdere richtingen succesvol afgestudeerd aan de Universiteit van Tilburg. Zo heeft zij haar Bachelor Nederlands Recht behaald, evenals haar Master Milieurecht en haar Master Rechtsgeleerdheid.