In Ondernemingsrecht

Non-conformiteit en cessie: wat als een gecedeerde vordering moeilijk incasseerbaar blijkt?

Door Rob Geraats, geplaatst op 24 augustus 2021 in Ondernemingsrecht

Op 9 juli 2021 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de cessie van vorderingen en de non-conformiteit van een vordering als blijkt dat deze moeilijk incasseerbaar kan zijn. 

Feiten in de zaak

Deze zaak ging feitelijk over een groot aantal vorderingen dat Vodafone had op particuliere klanten. Deze vorderingen had zij overgedragen aan Hoist (een zgn. cessie). Een deel van deze overeenkomsten betrof overeenkomsten waarbij de consument een ‘gratis’ telefoon kreeg bij zijn/haar abonnement. 

In 2014 en 2016 heeft de Hoge Raad uitspraken gedaan waarin werd geoordeeld dat zulke overeenkomsten voor een ‘gratis’ telefoon kort gezegd:

  1. Niet voldoen aan de regels voor consumentenkrediet en koop op afbetaling;
  2. de rechter de overeenkomst daarom kan vernietigen of kan oordelen dat die geen rechtsgevolg heeft;
  3. Dat de rechter dit allemaal zo nodig ambtshalve (zonder dat partijen dat eisen) kan doen.

Hoist stelt in deze procedure dat dit tot gevolg heeft dat de vorderingen die Vodafone overdroeg, niet bestaan. De rechter kan namelijk (ambtshalve) oordelen dat een overeenkomst geen rechtsgevolg heeft. De consequentie daarvan, aldus Hoist, is dat Vodafone tekortschiet in het nakomen van de cessieovereenkomst. 

Het oordeel

De Hoge Raad stelt voorop dat Hoist deels geen belang bij haar klachten in cassatie heeft. Er is namelijk vast komen te staan dat er steeds door Vodafone een overeenkomst werd overgedragen die bestond uit de kosten voor het telefoonabonnement én de kosten voor afkoop van het toestel. Het deel dat betrekking heeft op de kosten van het telefoonabonnement blijft echter in stand, dus er wordt wel degelijk steeds een vordering overgedragen.

De interessantste vraag blijft echter: is de overgedragen overeenkomst nu ook non-conform als bedoeld in artikel 7:17 BW, nu blijkt dat de overeenkomst moeilijk of deels helemaal niet te innen zal zijn?

De Hoge Raad is daar duidelijk over: Nee, in dit geval niet. Of iets al dan niet aan de overeenkomst beantwoordt (en dus conform is) in de zin van artikel 7:17 BW, is afhankelijk van wat partijen overeen gekomen zijn. Het komt er dus op aan de overeenkomst uit te leggen. 

In deze kwestie hebben partijen geregeld dat Hoist de cessie van de vorderingen door Vodafone moet aanvaarden, tenzij een specifiek in de overeenkomst genoemde situatie zich voordoet. Het gaat daarbij om specifieke situaties waarin de overgedragen vorderingen niet of moeilijk te incasseren zijn. De Hoge Raad verklaart vervolgens dat het gerechtshof had eerder al de cessieovereenkomst zo uitgelegd dat partijen daarmee zijn overeengekomen dat het risico dat de overgedragen vorderingen niet of moeilijk te incasseren zijn in andere situaties dan de situaties die specifiek worden genoemd in de cessieovereenkomst, voor rekening van Hoist komt. Omdat van zo een situatie nu geen sprake was, zijn de overgedragen vorderingen dus ook conform. 

Hoist had in dit verband ook nog een beroep gedaan op art. 7:15 BW. In dat artikel is bepaald dat de verkoper verplicht is de verkochte zaak (daar valt een vordering ook onder) vrij van alle bijzondere lasten en beperkingen in eigendom over te dragen. 

De Hoge Raad oordeelt hierover dat artikel 7:15 BW heeft geen betrekking op het niet of moeilijk incasseerbaar zijn van een overgedragen vordering als gevolg van (gehele of gedeeltelijke) nietigheid of vernietigbaarheid van de overeenkomst waaruit die vordering voortvloeit. Ook op die grond is er dus geen sprake van non-conformiteit.

Rob Geraats

Rob Geraats heeft aan de Universiteit van Tilburg Europees recht en International business law gestudeerd. Na zijn studie heeft hij 3 jaren in de advocatuur gewerkt en per 1 maart 2019 heeft Rob de overstap gemaakt naar Aben & Slag Advocaten.