In een recente uitspraak heeft de Hoge Raad een belangrijk oordeel gegeven over de eisen die worden gesteld aan een bewijsaanbod bij een getuigenverhoor. De uitspraak onderstreept dat een partij die getuigenbewijs aanbiedt, niet al vooraf al haar stellingen volledig aannemelijk hoeft te maken of de argumenten van de tegenpartij hoeft te weerleggen om tot dat bewijs te worden toegelaten. Dit biedt waardevolle richtlijnen voor partijen die hun stellingen willen onderbouwen met getuigenverklaringen.
Feiten: complexe fraude in bananenhandel
Het betreft een complexe fraudezaak in de internationale bananenhandel. In deze zaak heeft United International Bank B.V. (UIB) een financiering verstrekt aan Eastern Breeze Trading Limited (EBT), een exporteur van bananen van Zuid-Amerika naar Europa. Voor de verkoopactiviteiten heeft EBT het bedrijf VFI B.V. (VFI) ingeschakeld, waar X als feitelijk leidinggevende optrad. ZZC B.V. (ZZC), met Y als indirect bestuurder, droeg zorg voor de inklaring, afdracht van invoerrechten, opslag en uitvoerrechten van de bananen, in opdracht van VFI.
Y heeft vervolgens X geïntroduceerd bij EBT als een betrouwbare zakenpartner voor het beheer van de verkoop van de bananen in Europa. Later bleek echter dat VFI systematisch bananen factureerde op eigen naam, in strijd met de gemaakte afspraken. Om dit te verdoezelen stelde VFI valse facturen op, die via EBT aan UIB werden doorgestuurd. Op basis van deze documenten verstrekte UIB extra krediet, dat uiteindelijk grotendeels onbetaald bleef.
EBT heeft haar aansprakelijkheid jegens UIB erkend voor de door UIB geleden schade en heeft haar vorderingen op VFI en ZZC overgedragen aan UIB. UIB startte daarop een juridische procedure om schadevergoeding van VFI en ZZC te vorderen, waarbij UIB stelde dat Y op de hoogte was, of had moeten zijn, van het frauduleuze verleden van X. Hoewel de vorderingen tegen VFI grotendeels werden toegewezen, oordeelden de rechtbank en het Hof dat de stellingen tegen ZZC en Y onvoldoende waren onderbouwd en wezen zij deze vorderingen af.
Hoge Raad: bewijsaanbod niet te zwaar belasten
In cassatie stelde UIB dat het Hof haar bewijsaanbod onterecht had afgewezen. De Hoge Raad wees erop dat UIB meerdere aanwijzingen had gepresenteerd die suggereerden dat Y op de hoogte was van de frauduleuze praktijken van VFI, waaronder een e-mail die Y in verband bracht met X, een faillissementsverslag van de curator van een eerdere vennootschap van X en het feit dat ZZC nog een vordering had op die eerdere vennootschap. Om deze stellingen te bewijzen had UIB aangeboden Y en X en de werknemers van deze partijen te horen als getuigen.
De Hoge Raad stelde UIB in het gelijk en oordeelde dat het Hof niet duidelijk had gemaakt wat UIB nog meer had moeten aanvoeren om toegelaten te worden tot het getuigenbewijs. Volgens de Hoge Raad hoeft een partij die aanbiedt haar stellingen te bewijzen middels het horen van getuigen vooraf niet haar stellingen aannemelijk te maken of de argumenten van de wederpartij te ontzenuwen om tot het getuigenbewijs te worden toegelaten. Het Hof had hiermee te zware eisen gesteld aan het bewijsaanbod.
De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Hof vernietigd en terugverwezen. Met dit oordeel sluit de Hoge Raad aan bij de conclusie van advocaat-generaal Lindenbergh, die eveneens had aangegeven dat het Hof onterecht een te strenge maatstaf had gehanteerd.
Tot slot
Met deze uitspraak heeft de Hoge Raad bevestigd dat de drempel voor toelating tot getuigenbewijs niet te hoog mag zijn. Het is voldoende als een partij voldoende concrete aanwijzingen aandraagt en bereid is om bewijs te leveren via getuigen. De rechter mag niet verlangen dat een partij haar stellingen vooraf volledig onderbouwt met bewijzen of dat zij de argumenten van de tegenpartij op voorhand ontkracht om tot het getuigenbewijs te worden toegelaten. Dit is een belangrijke waarborg voor een eerlijke procesgang en geeft partijen in complexe zaken zoals deze een betere kans om hun zaak te bepleiten.
Heeft u vragen over dit blog of wilt u weten wat dit arrest betekent voor uw specifieke situatie, dan kunt u vanzelfsprekend contact met ons opnemen via 0495-536138 of info@abenslag.nl.

