Bij een reorganisatie moet het bestuur de ondernemingsraad voldoende informatie geven om een goed advies te kunnen uitbrengen. Maar hoeveel informatie is daarvoor precies nodig? Moet het bestuur alle achterliggende cijfers, KPI’s en andere gegevens verstrekken waar de ondernemingsraad om vraagt?
De Ondernemingskamer heeft zich hierover uitgelaten in een beschikking van 13 augustus 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:2248), naar aanleiding van een reorganisatie. De uitspraak maakt duidelijk dat het informatierecht van de ondernemingsraad niet betekent dat het bestuur altijd alle gevraagde informatie hoeft te verstrekken. Het gaat erom of de ondernemingsraad over voldoende informatie beschikt om het adviesrecht daadwerkelijk uit te kunnen oefenen.
Kern van de kwestie
In de zaak werd een reorganisatie aangekondigd, waarbij ongeveer 30 arbeidsplaatsen zouden verdwijnen. De aanleiding was niet een financiële noodzaak, maar het efficiënter inrichten van teams en het werken vanuit minder locaties.
De ondernemingsraad vroeg het bestuur onder meer om cijfers en KPI’s die de noodzaak en onderbouwing van de reorganisatie konden ondersteunen. Het bestuur verstrekte deze cijfers niet, maar gaf wel een uitgebreide schriftelijke en mondelinge toelichting.
De vraag was of daarmee voldoende informatie was verstrekt.
We horen steeds over het informatierecht van de ondernemingsraad, maar wat betekent dit eigenlijk?
Het informatierecht houdt in dat een ondernemingsraad de informatie moet kunnen krijgen die redelijkerwijs nodig is om de taak uit te oefenen. Zeker bij een reorganisatie is die informatie belangrijk: de ondernemingsraad moet kunnen beoordelen waarom een besluit wordt genomen, welke gevolgen het heeft en welke alternatieven mogelijk zijn.
Dat betekent echter niet automatisch dat de ondernemingsraad recht heeft op iedere vorm van informatie die wordt opgevraagd. De aard van het besluit en de omstandigheden van het geval bepalen welke informatie noodzakelijk is.
Achtergrond
De aanleiding voor deze discussie was een reorganisatie binnen Amazon. De ondernemingsraad wilde meer inzicht in de onderbouwing van het besluit en vroeg daarom om kwantitatieve gegevens.
Het bestuur koos ervoor deze cijfers niet te verstrekken. In plaats daarvan lichtte het de achtergronden, doelstellingen en verwachte gevolgen van de reorganisatie uitgebreid toe.
De ondernemingsraad vond dat onvoldoende en stelde dat hij zonder de gevraagde cijfers zijn advies niet goed kon onderbouwen.
Wat oordeelde de Ondernemingskamer?
De Ondernemingskamer ging daar niet in mee. Volgens de Ondernemingskamer bestaat er geen algemeen recht van de ondernemingsraad op alle door hem gevraagde cijfers of KPI’s.
Van belang is of de informatie die het bestuur verstrekt, gelet op de omstandigheden, voldoende is om de ondernemingsraad in staat te stellen het adviesrecht uit te oefenen. In deze zaak vond de Ondernemingskamer de kwalitatieve toelichting van het bestuur voldoende.
Daarmee zegt de Ondernemingskamer niet dat cijfers nooit hoeven te worden verstrekt. Bij een reorganisatie die bijvoorbeeld wordt ingegeven door financiële problemen, kunnen financiële gegevens juist essentieel zijn om de noodzaak van het besluit te kunnen beoordelen.
Wat betekent dit voor u?
De uitspraak is vooral relevant voor bestuurders en ondernemingsraden die betrokken zijn bij adviestrajecten over reorganisaties of andere belangrijke besluiten.
Voor het bestuur betekent de uitspraak dat niet iedere informatievraag van de ondernemingsraad automatisch moet worden ingewilligd. Wel moet zorgvuldig worden beoordeeld welke informatie nodig is om de ondernemingsraad in staat te stellen de adviesrol goed te vervullen.
Voor ondernemingsraden is het verstandig om informatieverzoeken concreet te maken. Daarbij is niet alleen van belang welke informatie nodig is, maar ook waarom deze informatie nodig is voor het advies.
Het uitgangspunt is dus niet: zo veel mogelijk of zo weinig mogelijk informatie, maar voldoende informatie om het adviesrecht goed te kunnen uitoefenen.
Directe gevolgen
De uitspraak geeft het bestuur ruimte om per adviestraject te beoordelen welke informatie daadwerkelijk noodzakelijk is. Het bestuur hoeft niet zonder meer alle beschikbare informatie aan de ondernemingsraad te verstrekken.
Daar staat tegenover dat een algemene toelichting niet altijd voldoende zal zijn. Wanneer voor het advies redelijkerwijs concrete informatie nodig is, zal het bestuur daar zorgvuldig mee moeten omgaan.
Aandachtspunten
De context van het besluit is bepalend. Bij een reorganisatie vanwege financiële problemen kunnen bijvoorbeeld financiële cijfers noodzakelijk zijn. Bij een reorganisatie die vooral ziet op de inrichting van de organisatie, kan een uitgebreide kwalitatieve toelichting mogelijk voldoende zijn.
Ook wanneer bepaalde informatie niet wordt verstrekt, is het van belang dat het bestuur dit kan uitleggen. Als de gevraagde informatie niet noodzakelijk is, ligt het voor de hand om toe te lichten waarom dat zo is en waar mogelijk op een andere manier het benodigde inzicht te geven.
Welke actie kunt u ondernemen?
Het bestuur doet er goed aan om bij een adviestraject vooraf te bepalen welke informatie de ondernemingsraad nodig heeft om het voorgenomen besluit te kunnen beoordelen. Wordt om aanvullende informatie gevraagd, beoordeel dan per verzoek of deze informatie daadwerkelijk noodzakelijk is.
Ondernemingsraden kunnen hun informatieverzoeken het beste koppelen aan het adviesrecht. Maak duidelijk welke informatie ontbreekt, welke aspecten van het voorgenomen besluit daardoor niet kunnen worden beoordeeld en waarom de gevraagde informatie daarvoor nodig is.
Op die manier kan worden voorkomen dat een discussie over de hoeveelheid informatie de inhoudelijke behandeling van het adviestraject gaat overheersen.
Kort samengevat
Het bestuur hoeft de ondernemingsraad niet altijd alle gevraagde cijfers en KPI’s te verstrekken. De hoeveelheid informatie die moet worden verstrekt, hangt af van de aard en omstandigheden van het voorgenomen besluit.
De ondernemingsraad moet over voldoende informatie beschikken om zijn adviesrecht goed uit te kunnen oefenen. Het bestuur en de ondernemingsraad doen er daarom goed aan om niet alleen te bespreken welke informatie wordt verstrekt, maar vooral welke informatie nodig is voor een goed advies.

