Expeditie of transport: een groot verschil!

Een expediteur is geen transporteur. Een expediteur is vergelijkbaar met een bemiddelaar. Na de totstandkoming van de vervoersovereenkomst is de rol van de expediteur feitelijk uitgespeeld. De expediteur is als transporteur ook niet aansprakelijk. Hij doet vervoeren, maar vervoert zelf dus feitelijk niet. Er is zodoende dus een groot belang bij de kwalificatie van een overeenkomst. Het antwoord op de vraag of partijen een expeditie-overeenkomst of een vervoerovereenkomst heeft gesloten volgens vaste jurisprudentie moet worden gevonden in de uitleg van de gesloten overeenkomst, waarbij het aankomt op de zin die de partijen bij de overeenkomst onder de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Een opdrachtnemer die niet als vervoerder maar als expediteur wil overtreden, moet dat bij het aangaan van de overeenkomst voldoende duidelijk aan zijn wederpartij kenbaar maken. Doet hij dat niet, dan wordt in beginsel aangenomen dat de overeenkomst een vervoerovereenkomst is.

De rechtspraak laat een zeer wisselend beeld zien wanneer nu sprake is van een vervoer of expeditie-overeenkomst. De volgende elementen kunnen van belang zijn:

  • Het hanteren van de FENEX-voorwaarden is een indicatie voor de aanwezigheid van een expeditie-overeenkomst;
  • De afwezigheid van trekkende eenheden is weinig relevant aangezien een papieren vervoerder ook geen trekkende eenheden heeft;
  • Het factureren middels een all-in fee zonder splitsing tussen het honorarium van de expediteur en de vrachtkosten is een indicatie voor een transportovereenkomst;
  • Terminologie in correspondentie en contracten kan wijzen op vervoer, voorbeelden zijn: “transport”, “transportopdracht”, “wij verzorgen graag het volgende transport voor u”;
  • Verwijzingen naar transportrechtelijke regelgeving zoals het CMR-Verdrag zijn aanwijzingen voor het bestaan van een vervoersovereenkomst.

Een recente uitspraak van de Rechtbank Limburg toont aan dat op voorhand moeilijk valt te voorspellen waar een uitlegdiscussie op uitdraait. Zo achtte de Rechtbank Limburg bijvoorbeeld de aanwezigheid van een all-in factuur niet doorslaggevend. Ook de omschrijvingen op een website waren dat niet (Rechtbank Limburg 20 november 2024, ECLI:NL:RBLIM:2024:8400).

Enkele tips voor de partij die optreedt als expediteur en aan risicominimalisatie wil doen (onder het bekende adagium van prof. Haak: “de expediteur moet zeggen wat hij doet en doen wat hij zegt” (K.F. Haak, De expediteur: een grensgeval (oratie Rotterdam), Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1992, p. 8.)):

  • Verwijs steeds naar de FENEX-voorwaarden op uw briefpapier, in contracten en op uw website;
  • In de expeditie-overeenkomst verwijst u expliciet naar de FENEX-voorwaarden, verklaart u die toepasselijk en zendt u een exemplaar mee als bijlage;
  • Pas de bedrijfsomschrijving in het handelsregister van de KvK aan en hanteer geen transport SBI-code (de gebruikelijke SBI-code voor een expediteur is 52.29.1 (Expediteurs, cargadoors, bevrachters en andere tussenpersonen in het goederenvervoer), let op: de KvK wijzigt periodiek de bedrijfsindelingen) en laat zo nodig de doelomschrijving in de statuten van de vennootschap aanpassen (doorgaans zijn deze zeer ruim opgesteld);
  • Let op uw taalgebruik in communicatie en op uw website en vermijdt dus de klassieke transporteurstaal;
  • Laat op facturen zien welke kosten u specifiek als expediteur in rekening brengt;
  • Verzamel in een dossier alle relevante informatie zodat u tijdig en gedocumenteerd indien nodig een expediteursverklaring kunt uitbrengen.

Marc Rooijen

Marc Rooijen voltooide de Master opleidingen Civiel recht en Togamaster aan de Universiteit Maastricht. Met ingang van 1 september 2009 is Marc in dienst bij Aben & Slag Advocaten. Hij houdt zich in hoofdzaak bezig met het procederen voor en het adviseren van commerciële partijen en overheden.

Nieuws categorieën