Een zonnig project met donkere wolken — hoe een vergunning toch niet alles dekt

Op 16 juli 2025 overwoog de rechtbank Noord-Holland in haar uitspraak in kort geding dat zonneparkexploitant DGEC ondanks een geldige vergunning tóch onrechtmatig handelde tegenover Schiphol. KLM heeft zich aan de zijde van Schiphol aangesloten. In dit blog leest u dat een vergunning niet zonder meer vrijwaart voor civielrechtelijke aansprakelijkheid.

Achtergrond van het geschil

Schiphol is een procedure gestart tegen zonneparkexploitant DGEC. DGEC is in juli 2024 begonnen met de aanleg van een zonnepark met ca. 228.696 zonnepanelen onder de aanvliegroutes van Schiphol. Voor de aanleg van dit zonnepark heeft DGEC een omgevingsvergunning aangevraagd bij de gemeente Haarlemmermeer (“de Gemeente”). Tijdens het vergunningsproces is de mogelijkheid van hinder voor het vliegverkeer uitvoerig ter sprake geweest. Uiteindelijk is een vergunning verleend, waarin oorspronkelijk het gebruik van zonwerende, ‘deeply textured glass’ zonnepanelen werd voorgeschreven. De voorgeschreven zonnepanelen waren bedoeld om hinderlijke schittering voor het vliegverkeer te voorkomen.

Uiteindelijk bleken de voorgeschreven zonnepanelen niet leverbaar te zijn. DGEC heeft een aanvraag tot wijziging van het vergunningsvoorschrift ingediend in verband met het gebruik van een ander type zonnepaneel: een ‘lightly textured glass’ zonnepaneel. De Gemeente heeft formeel geweigerd de vergunning te wijzigen maar tegelijkertijd aangegeven dat de wijziging niet vergunningplichtig is (een positieve weigering). Met andere woorden: DGEC hoefde geen nieuwe vergunning aan te vragen om andere panelen te mogen plaatsen. Schiphol heeft daar bezwaar tegen gemaakt, maar daarop is nog niet beslist. De huidige situatie is echter dat het eerder geldende vergunningsvoorschrift niet geldt. DGEC mocht dus de ‘lightly textured glass’ zonnepanelen gebruiken.

Kort na het plaatsen van de zonnepanelen kwamen er diverse meldingen van piloten binnen bij Analysebureau Luchtvaarvoorvallen (ABL) en bij de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL). De piloten ervaarden tijdens de landing ernstige hinder van schitteringen afkomstig van de zonnepanelen op het zonnepark van DGEC. Schiphol heeft DGEC diverse keren gesommeerd om – kort gezegd – de onrechtmatige situatie te beëindigen. DGEC geeft daarop aan dat het zonnepark is gebouwd conform de vergunning en de destijds geldende normen.

Voor Schiphol bestaat er aanleiding om een kortgedingprocedure te starten. Schiphol vordert van DGEC om de panelen te verwijderen in fasen, waarbij de meest risicovolle panelen als eerste verwijderd dienen te worden. Een en ander op straffe van een dwangsom. Schiphol heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van onrechtmatig handelen door DGEC. DGEC wist vooraf – onder meer uit eigen onderzoeksrapporten – dat er hinder zou kunnen bestaan vanwege de reflectie, maar heeft geen adequate maatregelen getroffen en daarmee ernstige veiligheidsrisico’s veroorzaakt. Dat er een vergunning is afgegeven, betekent nog niet dat DGEC niet aansprakelijk kan zijn.

Beoordeling rechter

Hoewel DGEC beschikte over een vergunning voor het zonnepark, stelt de rechter vast dat de Gemeente geen expliciete afweging heeft gemaakt van de vliegveiligheidsrisico’s. Wel was bekend dat reflectie een aandachtspunt was, en zowel de Gemeente als DGEC hadden daar onderzoek naar laten doen. Maar in de vergunning zelf werd niets gezegd over het belang van vliegveiligheid. De wijziging van het voorschrift — waarbij ‘deeply textured glass’ panelen werden vervangen — werd toegestaan zonder overleg met Schiphol en zonder nieuwe risicoanalyse.

De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat DGEC, ondanks het feit dat zij binnen de kaders van haar vergunning heeft gehandeld, een situatie heeft gecreëerd die een ernstig gevaar voor de vliegveiligheid veroorzaakt. Omdat DGEC geen maatregelen heeft genomen om die hinderlijke schitteringen weg te nemen of te beperken, handelt zij volgens de rechter in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid. Daarmee is haar handelen jegens Schiphol onrechtmatig, ongeacht de verleende vergunning.

De rechter veroordeelt DGEC om de meest risicovolle panelen te verwijderen, uiterlijk 1 september 2025 respectievelijk 15 oktober 2025, een en ander op straffe van een dwangsom.

Tot slot

DGEC handelde binnen de kaders van haar omgevingsvergunning, maar liet na om voldoende rekening te houden met de belangen van derden. Uit deze uitspraak volgt dat men ook met een vergunning op zak onrechtmatig kan handelen.

Vragen over dit blog? Dan kunt u vanzelfsprekend contact met ons opnemen via 0495-536138 of fhelmond@abenslag.nl