De Hoge Raad heeft op 27 juni 2025 duidelijkheid gegeven over een vraag die veel webwinkels en consumenten aangaat: Is achteraf betalen een vorm van krediet?
Voor veel consumenten is achteraf betalen een vertrouwde manier om online aankopen te doen. De consument ontvangt het product, controleert het en betaalt daarna, vaak via tussenpartijen zoals Riverty, Klarna of Afterpay. Deze betaalmethode lijkt onschuldig, maar kan juridisch worden gekwalificeerd als consumentenkrediet, en dat heeft verstrekkende gevolgen.
De casus
Op 27 juni 2025 heeft de Hoge Raad een belangrijk arrest gewezen over achteraf betalen. In deze zaak had een consument een product besteld, maar niet tijdig betaald via Riverty. Riverty bracht daarop kosten in rekening bij de consument. De consument verzette zich en stelde dat sprake was van een consumentenkrediet, waarvoor aanvullende wettelijke bescherming geldt. De kantonrechter legde de zaak voor aan het Hof van Justitie van de EU.
Het Hof oordeelde vorig jaar al dat dergelijke achteraf-betaalconstructies wél onder de Europese richtlijn voor consumentenkrediet kunnen vallen. De Hoge Raad heeft dit oordeel bevestigd en verduidelijkt onder welke omstandigheden de regels van toepassing zijn.
Wat oordeelt de Hoge Raad?
De kern van het oordeel ligt in het verdienmodel van de aanbieder. De wettelijke regels voor consumentenkrediet zijn in beginsel niet van toepassing op krediet zonder rente of andere kosten, of op krediet dat binnen drie maanden wordt terugbetaald tegen slechts onbetekenende kosten.
Als het verdienmodel van de aanbieder (zoals Riverty of Afterpay) juist is gebaseerd op inkomsten uit rente bij betalingsachterstand of incassokosten, dan tellen die kosten wél mee. In dat geval is géén sprake van een kostenvrije lening en vallen deze betaalmethoden onder de Europese richtlijn voor consumentenkrediet.
Daarbij maakt het niet uit of de incassokosten of rente al bij het sluiten van de overeenkomst zijn overeengekomen, of pas later worden opgelegd. Ook het feit dat die kosten mogelijk niet boven de wettelijke tarieven uitkomen, is niet doorslaggevend. Het gaat erom of het verdienmodel daarop steunt.
De Hoge Raad oordeelde bovendien dat de kredietgever verplicht is om geruime tijd voor het sluiten van de overeenkomst bepaalde informatie te verstrekken aan de consument. De Hoge Raad nuanceert daarbij dat als de consument meteen na het ontvangen van de informatie overgaat tot aankoop, dat op zichzelf niet betekent dat de informatieverstrekking niet tijdig is geweest.
Wat betekent dit voor u?
Voor webwinkels, fintechs en betaalproviders is deze uitspraak bijzonder relevant. Als u achteraf betalen aanbiedt, al dan niet via een derde partij, kan het zijn dat u als kredietgever wordt gezien en dus moet voldoen aan de wettelijke verplichtingen uit de Europese richtlijn consumentenkrediet.
Dat betekent: duidelijke informatieverstrekking vooraf, een toetsing van de kredietwaardigheid van de consument en het hanteren van maximaal toegestane kosten bij wanbetaling. Wordt daaraan niet voldaan, dan kan de overeenkomst deels buiten toepassing worden gelaten. Rechters moeten dit zelfs ambtshalve, dus ook zonder verzoek van de consument, toetsen.
Tot slot
De uitspraak van de Hoge Raad maakt duidelijk dat achteraf betalen geen vrijblijvende dienstverlening is. Zodra het verdienmodel draait op incassokosten of rente bij te late betaling, kan de constructie worden gekwalificeerd als consumentenkrediet. Dat roept een reeks verplichtingen in het leven voor aanbieders en biedt meer bescherming voor consumenten.
Wilt u weten of uw betaalmodel juridisch nog past binnen het consumentenrecht? Of loopt u als ondernemer aan tegen discussies over betalingsvoorwaarden en incassokosten? Neem dan contact op met onze specialisten in handelsrecht en incasso’s via info@abenslag.nl of 0495 – 53 61 38.

