In Echtscheiding, Personen & familierecht

Nieuw Huwelijksvermogensrecht: aanstaande echtgenoten opgelet! (deel 1)

Door Daniëlle Kuppens, geplaatst op 19 september 2017 in Echtscheiding, Personen & familierecht

Na bijna 180 jaar gaat de beroemde en beruchte Nederlandse algehele gemeenschap van goederen op schop. Afgelopen 28 maart is het wetsvoorstel 33987 ook door de Eerste Kamer goedgekeurd, waardoor de nieuwe wet er definitief aankomt en wel per 1 januari 2018.

Globaal houdt het nieuwe huwelijksvermogensrecht in dat de gemeenschap van goederen nog slechts omvat alle goederen die vóór het aangaan van het huwelijk al aan de echtgenoten samen toebehoorden en de goederen die tijdens het huwelijk door hen worden verkregen. Wat de lasten c.q. schulden betreft, behoren alleen de gemeenschappelijke schulden die de echtgenoten vòòr aanvang van het huwelijk al hadden tot de gemeenschap alsmede alle tijdens het huwelijk ontstane schulden. Daarnaast vallen alle erfenissen, legaten en schenkingen voortaan niet meer in de huwelijksgemeenschap, maar behoren deze van rechtswege tot het privévermogen van de betreffende echtgenoot. Dus ook zonder dat hieraan een uitsluitingsclausule is verbonden. De nieuwe wet geldt per 1 januari a.s. voor alle huwelijken die vanaf dat moment gesloten worden. Voor al bestaande huwelijken blijft de oude wet van toepassing.

“Ook al wordt een beperkte gemeenschap van goederen de nieuwe standaard, dit betekent niet dat aanstaande echtgenoten nu achterover kunnen leunen.”

Ook al wordt een beperkte gemeenschap van goederen de nieuwe standaard, dit betekent niet dat aanstaande echtgenoten nu achterover kunnen leunen. Van belang is dat aanstaande echtgenoten vóór hun huwelijk een goede beschrijving maken van hun voorhuwelijkse vermogen. Wordt dit niet gedaan, dan bestaat het zeer reële risico dat ten tijde van een scheiding men niet kan bewijzen wat zijn of haar privévermogen is met als gevolg dat dit als gemeenschappelijk vermogen kan/zal worden aangemerkt. Een belangrijk gevolg van dit nieuwe stelsel is dat bij een echtscheiding alleen het gemeenschappelijke vermogen gedeeld hoeft te worden. Privévermogen blijft dus privévermogen, mits kan worden aangetoond wat tot zijn of haar privévermogen behoort. Daar zit dan ook een te verwachten knelpunt. Om toekomstige discussies te voorkomen is, naast een duidelijke beschrijving van ieders voorhuwelijkse privévermogen, ook een regelmatige (jaarlijkse) update van ieders privévermogen  noodzakelijk. Gedacht kan worden aan jaarlijks, bijvoorbeeld als men de aangifte IB heeft gedaan, samen een overzicht te maken van de in dat jaar verkregen erfenissen, legaten en/of schenkingen. Het is echter de vraag of echtgenoten dit in de praktijk ook zullen gaan doen. Voorts wordt opgemerkt dat voorhuwelijkse gemeenschappelijke goederen, bijvoorbeeld een woning, waarbij de eigendomsverhoudingen niet 50-50 zijn, door het huwelijk in de huwelijksgemeenschap vallen, waarbij de eigendomsverhoudingen van rechtswege wijzigen naar 50-50. Dit kan grote gevolgen hebben indien de ene (aanstaande) echtgenoot meer privévermogen heeft geïnvesteerd in deze woning dan de ander. Hiervan afwijken is mogelijk door het opstellen van huwelijksvoorwaarden.

Daarnaast dient met name de ondernemer op te letten bij het aangaan van een huwelijk. In de nieuwe wet is namelijk opgenomen dat voor een onderneming die buiten de gemeenschap valt een redelijke vergoeding aan de gemeenschap moet worden voldaan voor de kennis, vaardigheden en arbeid die een echtgenoot voor die onderneming heeft aangewend. De wet laat zich niet uit over wat redelijk zou zijn. Er is op dit punt bewust gekozen voor een open norm die door de rechtspraak nadere uitgekristalliseerd zal  gaan worden. Echter, ondanks de nieuwe beperkte gemeenschap bestaat een reëel risico dat een ondernemer bij een echtscheiding (een deel van) de waarde van zijn of haar onderneming dient af te rekenen. Hieraan ontkomen is mogelijk, indien goede huwelijksvoorwaarden worden opgesteld. In onze volgende nieuwsbrief (deel 2) wordt nader ingegaan op de gevolgen van deze redelijke vergoeding voor de diverse ondernemingsvormen.

Het dringende advies voor ondernemers en andere aanstaande echtgenoten die niet afhankelijk willen zijn van de wetgever en/of rechtspraak is dus om zich proactief op te stellen en voorafgaand aan het huwelijk (duidelijke) huwelijksvoorwaarden op te laten stellen.

Heeft u naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Neemt u dan vrijblijvend contact op met mw. mr. E.J.M. Stals (estals@abenslag.nl of 0495 – 536 138) of mw. mr. D.J.M. Kuppens (dkuppens@abenslag.nl of 0495 – 536 138).

Daniëlle Kuppens

Daniëlle Kuppens

Daniëlle Kuppens is in meerdere richtingen succesvol afgestudeerd aan de Universiteit van Tilburg. Zo heeft zij haar Bachelor Nederlands Recht behaald, evenals haar Master Milieurecht en haar Master Rechtsgeleerdheid.