In Handelsrecht & procederen

Klachtplicht bij een niet-geleverde prestatie: Moet u klagen als er überhaupt niets is geleverd?

Door Rob Geraats, geplaatst op 17 november 2021 in Handelsrecht & procederen

Op 15 oktober 2021 heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan over de vraag of er geklaagd moet worden over een prestatie uit een overeenkomst op het moment dat er helemaal niet gepresteerd is.

Feiten

Eisers in deze zaak zijn ernstig gewond geraakt bij een brand in hun woning. Hun toenmalige advocaat heeft de installateur voor deze schade aansprakelijk gesteld, omdat zij de gasinstallatie ondeugdelijk gerepareerd zouden hebben. De advocaat heeft eind 2006 en begin 2007 de installateur aangeschreven. Na de brief uit 2007 heeft deze advocaat geen werkzaamheden meer verricht voor de eisers. In 2012 heeft de nieuwe advocaat de oude advocaat aansprakelijk gesteld, omdat deze de verjaring van de vordering van de eisers op de installateur niet had gestuit. De discussie gaat nu over de vraag: hadden eisers moeten klagen bij de eerste advocaat omdat deze zijn verplichting (het stuiten van de verjaring) niet is nagekomen?

Juridisch

Artikel 6:89 BW bevat de zogenaamde klachtplicht. Wil een eiser een beroep doen op een gebrek in een prestatie, dan moet deze binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek ontdekt heeft hierover klagen. Dat was in deze kwestie niet gebeurd. De rechtbank wees de eis van eisers toe, maar het hof wees deze af, juist omdat er niet tijdig geklaagd was. Het hof is er daarbij vanuit gegaan dat eisers al voor 2011 hadden kunnen weten van het gebrekkig nakomen van de opdracht door hun eerste advocaat. Tegen die afwijzing door het hof komen eisers in cassatie bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof. Op een geval zoals dit is de klachtplicht namelijk niet van toepassing, zo oordeelt de Hoge Raad. De klachtplicht ziet namelijk op een situatie waarin een schuldenaar een prestatie wel heeft verricht. De bepaling beoogt die schuldenaar te beschermen door te bepalen dat de schuldeiser binnen een bekwame tijd klaagt over de geleverde prestatie om te voorkomen dat er te laat aangegeven wordt dat de prestatie niet zou deugen.

In deze situatie was er echter helemaal geen prestatie meer geleverd (geen stuiting van de verjaring). Op zulke gevallen ziet de klachtplicht dus niet, aldus de Hoge Raad. In de praktijk is dit van belang. Er moet dus altijd gekeken worden of er sprake is van een gebrek in de prestatie (klachtplicht) of wanneer er helemaal geen prestatie is geleverd (geen klachtplicht). Dit zal steeds van de feiten van een kwestie afhankelijk zijn, maar in elk geval is het goed te weten dat de klachtplicht in beginsel niet geldt als er helemaal geen prestatie is geleverd.

Heeft u naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Neem dan vrijblijvend contact op met  mr R.M.E. (Rob) Geraats via  0492 – 749 990 of via rgeraats@abenslag.nl

Rob Geraats

Rob Geraats heeft aan de Universiteit van Tilburg Europees recht en International business law gestudeerd. Na zijn studie heeft hij 3 jaren in de advocatuur gewerkt en per 1 maart 2019 heeft Rob de overstap gemaakt naar Aben & Slag Advocaten.