In Arbeidsrecht

Geen klachtplicht bij concurrentiebeding

Door Fleur van Helmond, geplaatst op 12 april 2024 in Arbeidsrecht

Kan een werkgever zich pas na acht maanden na constatering van de overtreding op de schending van een concurrentiebeding door een ex-werknemer beroepen? Of heeft de werkgever daarmee de klachtplicht zoals opgenomen in artikel 6:89 BW geschonden? De Hoge Raad heeft op deze vragen antwoord gegeven in zijn uitspraak van 8 maart 2024. In dit blog wordt deze uitspraak kort besproken.

Casus

De casus is als volgt. Twee monteurs bij een installatiebedrijf hebben een arbeidsovereenkomst met een non-concurrentiebeding. Zij nemen ontslag en verrichten vervolgens concurrerende werkzaamheden. Een werkgever spreekt twee oud-collega’s aan op schending van het concurrentiebeding. Op overtreding van het concurrentiebeding was een boete gesteld van € 10.000,- per overtreding en € 1.000,- voor elke dag dat de overtreding voortduurt. Bij de kantonrechter vordert de werkgever een bedrag van € 481.000,- respectievelijk € 459.000,- van de werknemers. De kantonrechter stelt de werkgever in het ongelijk en wijst de vordering af.

Vervolgens komt te kwestie bij het gerechtshof. Het hof heeft deze vorderingen alsnog deels toegewezen en de ex-werknemers veroordeeld tot betaling van een deel van de gevorderde boetes. Zowel de werkgever als de ex-werknemers gaan in cassatie bij de Hoge Raad.

In cassatie bij de Hoge Raad

De ex-werknemers voeren bij de Hoge Raad aan dat de werkgever spoediger had onderzoeken of sprake was van overtreding van de concurrentiebedingen. De werkgever heeft nu 8 maanden voorbij laten gaan. Zij doen in dit kader een beroep op de klachtplicht van art. 6:89 BW. Deze klachtplicht stelt dat op een gebrek in een prestatie geen beroep kan doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken, bij de schuldenaar ter zake heeft geklaagd. Deze regel is bedoeld om de schuldenaar die een prestatie heeft geleverd te beschermen, omdat hij erop moet kunnen vertrouwen dat de schuldeiser snel onderzoekt of de prestatie voldoet aan de overeenkomst. Als dit niet het geval is, moet de schuldeiser dit ook snel aan de schuldenaar laten weten. De werkgever voert in cassatie aan dat in de bepaling wordt gesproken over “een gebrek in de prestatie”, zodat artikel 6:98 BW niet ziet op gevallen waarin is nagelaten de overeengekomen prestatie te verrichten, zoals bij een concurrentiebeding het geval.

De Hoge Raad overweegt dat art. 6:89 BW niet ziet op gevallen waarin is nagelaten de overeengekomen prestatie te verrichten. Volgens de Hoge Raad is de verbintenis van (voormalige) werknemers uit hoofde van een non-concurrentiebeding een verbintenis om bepaald handelen na te laten. Bij schending van zo’n beding is dus geen sprake van gebrekkig presteren, maar van niet presteren, aldus de Hoge Raad:

“De verbintenis van een (voormalige) werknemer uit hoofde van een non-concurrentiebeding is een verbintenis om in het beding omschreven handelen na te laten. Bij schending van een zodanig beding is geen sprake van gebrekkig presteren, maar van niet presteren. Daarop is de in art. 6:89 BW vervatte klachtplicht, mede gelet op de hiervoor in 4.1.2 vermelde strekking daarvan, niet van toepassing. Wel kan de tijd die de (voormalige) werkgever heeft laten verstrijken tussen ontdekking van de overtreding van het beding en het daarop aanspreken van de (voormalige) werknemer, onder omstandigheden grond opleveren voor matiging van verbeurde boetes op de voet van art. 6:94 BW, of – indien aan de daarvoor geldende eisen is voldaan – voor het aannemen van rechtsverwerking.”

Tot slot

De klachtplicht van artikel 6:89 BW is niet van toepassing bij concurrentiebedingen. Het verdient evenwel aanbeveling om niet te lang te wachten met actie nadat de werkgever een schending ontdekt, aangezien de Hoge Raad heeft overwogen dat de tijd die de werkgever heeft laten verstrijken tussen ontdekking van de overtreding en het daarop aanspreken van de ex-werknemer, wel grond opleveren voor matiging van de boetes of rechtsverwerking. Er is dus wel degelijk een beroep mogelijk op stilzitten door de werkgever, maar niet op grond van de klachtplicht uit artikel 6:89 BW.

Heeft u vragen over dit blog, het gebruik van een concurrentiebeding of wilt u meer wil weten over een bepaald onderwerp, dan kunt u vanzelfsprekend contact met ons opnemen via 0495-536138 of info@abenslag.nl.