In Handelsrecht & procederen

Een vaststellingsovereenkomst is echt een overeenkomst!

Door Jamilla Rouchdi, geplaatst op 13 december 2016 in Handelsrecht & procederen

Bezint eer gij begint! is een vaak gehoord spreekwoord. Dat geldt ook voor degenen die een vaststellingsovereenkomst tekenen. Op 18 oktober 2016 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een arrest gewezen waarbij vastgehouden wordt aan de overeengekomen vaststellingsovereenkomst, ook al is deze overeenkomst deels gebaseerd op onrechtmatig handelen.

De casus was de volgende. Vader is overleden in 2001 en laat zijn echtgenote na alsmede nog één in levend zijnde zoon. Vader heeft zijn echtgenote (weduwe) benoemd tot enig erfgenaam bij testament in 1982. Nu de nalatenschap is opengevallen onder het oude erfrecht, is de wet van voor 2003 van toepassing. De zoon maakt aanspraak op zijn legitieme portie en wenst zijn deel van de weduwe te ontvangen.

Na het overlijden van erflater hebben partijen in 2003 overleg en verdelen zij de goederen van de nalatenschap, conform hetgeen in de wet is bepaald. Op 13 maart 2003 sluiten partijen een onderhandse akte over deze verdeling.

Na deze verdeling heeft de zoon nog verder onderzoek laten verrichten naar mogelijk andere (verborgen gehouden) vermogensbestanddelen van de nalatenschap. Naar aanleiding van dit onderzoek kwam naar voren dat er inderdaad nog substantiële vermogensbestanddelen waren achter gehouden.

Partijen hebben vervolgens op 12 januari 2005 een nadere overeenkomst gesloten, waarbij de zoon nog een bedrag van € 170.000,- heeft ontvangen. Dit was echter nog steeds niet voldoende, waardoor de zoon in 2014 een procedure is gestart tegen de weduwe. Hij stelde zich op het standpunt dat er sprake was van verzwegen vermogen, waardoor de weduwe haar aandeel in de erfenis heeft verbeurd (op grond van artikel 4:1110 oud-BW). De zoon wil aldus de saldi van de bankrekeningen ten bedrage van in totaal ruim € 480.000,- volledig ontvangen. De rechtbank wees deze vordering af. De zoon was het daar niet mee eens en ging in hoger beroep. Maar ook in hoger beroep kreeg de zoon nul op het rekest, daar hij – kort gezegd – wist dat er sprake was van vermogen dat in eerste instantie niet kenbaar was gemaakt, maar waarover hij later wel een deal heeft gesloten met de weduwe. Op deze gemaakte afspraak kan niet worden teruggekomen.

Indien u aldus een overeenkomst sluit, dan dient u er bedacht op te zijn dat u er niet op terug kunt komen, ook al heeft de wederpartij in eerste instantie verzuimd om helemaal eerlijk tegen u te zijn.

Heeft u vragen of opmerkingen over dit artikel? Neemt u dan gerust contact op met mr. Jamilla Rouchdi (0495 536 138 of jrouchdi@abenslag.nl).