In Handelsrecht & procederen

Een corona-betekening, wat betekent dat?

Door Marc Rooijen, geplaatst op 16 september 2020 in Handelsrecht & procederen

15 maart 2020 ging Nederland in “intelligente lockdown”. Het betekenen door gerechtsdeurwaarders was een van punten waarvoor de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarder (KBvG) een heus crisisteam in het leven heeft geroepen. Normaliter betekent de gerechtsdeurwaarder het betreffende exploot “in persoon” conform artikel 46 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (“Rv”). De KBvG heeft op 17 maart 2020 aan de gerechtsdeurwaarders geadviseerd om fysiek contact bij het verrichten van ambtshandelingen zoveel mogelijk te voorkomen. De wijze van betekening is aldus gewijzigd. Aan de Hoge Raad werd voorgelegd of deze wijze van betekening conform de wet is.

De hoofdregel voor betekening van exploten is te vinden in artikel 46 lid 1 Rv: het exploot wordt overhandigd “… aan degene voor wie het is bestemd in persoon of aan de woonplaats aan een huisgenoot van deze of aan een andere persoon die zich daar bevindt…”. Pas als overhandiging ‘feitelijk onmogelijk’ blijkt mag de deurwaarder besluiten om conform artikel 47 lid 1 Rv het exploot in een gesloten envelop aan het woonadres van de geadresseerde persoon achter te laten. Als een betekeningsvoorschrift niet (goed) wordt nageleefd, kan dit nietigheid van het exploot met zich meebrengen.

In de zaak die bij de Hoge Raad voorligt is op het exploot vermeld dat de stukken zijn gelaten aan:

“voormeld adres in gesloten envelop met daarop de vermeldingen zoals wettelijk voorgeschreven, omdat ik wegens de door de overheid afgekondigde maatregelen in verband met het zgn. corona virus (covid-19) geen contact heb kunnen/mogen zoeken met iemand aan wie rechtsgeldig afschrift kon worden gelaten;”

De Hoge Raad beantwoordt de vraag of de werkwijze van gerechtsdeurwaarders een gebrek in het exploot oplevert dat conform artikel 120 Rv nietigheid met zich meebrengt. In feite beoordeelt de Hoge Raad of de overheidsmaatregelen ter voorkoming van het verspreiden van het coronavirus een “feitelijke onmogelijkheid” in de zin van artikel 47 Rv meebrengen.

De Hoge Raad oordeelt op 19 juni 2020 dat de “corona-betekening” aan natuurlijke personen rechtsgeldig is. De Hoge Raad baseert deze beslissing op de ‘Verzamelspoedwet COVID-19’, die met algemene stemmen is aangenomen door de Eerste en Tweede Kamer. Artikel 1 van dit wetsvoorstel luidt als volgt:

“Voor de toepassing van artikel 47, eerste lid, derde volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van een feitelijke onmogelijkheid om aan een van de in artikel 46, eerste lid, van dat wetboek bedoelde personen afschrift te laten, steeds sprake zolang de richtlijnen van het RIVM voorschrijven dat personen afstand houden wegens besmettingsgevaar met COVID-19.”

Artikel 1 van de Verzamelspoedwet kent terugwerkende kracht tot en met 16 maart 2020. De exploten die vanaf die datum zijn uitgereikt conform het advies van de KBvG zijn daarmee rechtsgeldig betekend. De memorie van toelichting bij de wet wordt daarbij opgemerkt dat deurwaarders in de regel minder geliefd worden als bijvoorbeeld pakketbezorgers:

“Het risico te maken te krijgen met bewoners die hem in het gezicht spugen of fysiek te lijf gaan, is voor een deurwaarder vele malen groter dan voor een pakketbezorger. Dit risico is met het oog op het algemeen belang van de volksgezondheid – voorkomen van besmettingen – niet aanvaardbaar.”

De Hoge Raad oordeelt dat gerechtsdeurwaarders exploten in een gesloten envelop achter mogen laten bij de geadresseerde. Dit geldt ook voor ‘kantoorbetekening’ op de voet van artikel 63 Rv. De wettelijke regeling omtrent de corona-betekening kende in beginsel een looptijd tot 1 september 2020.

Voor vragen over dit artikel kunt u contact opnemen met mr. M.M.M. (Marc) Rooijen (0495 – 53 61 38 / mrooijen@abenslag.nl).

Marc Rooijen

Marc Rooijen

Marc Rooijen voltooide de Master opleidingen Civiel recht en Togamaster aan de Universiteit Maastricht. Met ingang van 1 september 2009 is Marc in dienst bij Aben & Slag Advocaten. Hij houdt zich in hoofdzaak bezig met het procederen voor en het adviseren van commerciële partijen en overheden.