In Ondernemingsrecht

Economische eigendom, wat is dat?

Door Rob Geraats, geplaatst op 23 juni 2022 in Ondernemingsrecht

Hoewel het begrip economische eigendom vaak voorkomt in ons leven, heeft het juridisch gezien geen vastomlijnde inhoud. Het is een fiscaal begrip dat in de praktijk is gegroeid. Spreken partijen dus af om de economische eigendom over te dragen, dan hangt het juridisch gezien af van de afspraken tussen die partijen wat de economische eigendom in een bepaald geval betekent.

Recent heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan die een mooi voorbeeld geeft van de invulling van economische eigendom.

In deze zaak ging het om een aantal mensen die samen een landbouwbedrijf wilden uitoefenen. Zij deden dat in een commanditaire vennootschap (CV); een soort maatschap. In een CV brengt elk van de vennoten iets in om het gemeenschappelijk doel van de CV te bereiken. In dit geval brachten de vennoten dus geld en goederen in om een landbouwbedrijf uit te oefenen.

Een van de vennoten heeft landbouwgrond ingebracht in de CV. Die landbouwgronden zijn in de loop van de tijd meer waard geworden. 

Op enig moment wordt de CV beëindigd en maakt de andere vennoot aanspraak op de waardevermeerdering van de landbouwgrond. Volgens hem is namelijk de volledige economische eigendom ingebracht in de CV en heeft hij dus recht op een deel van de waardevermeerdering. 

Deze zaak komt uiteindelijk bij de Hoge Raad en die moet 2 vragen beantwoorden: wat is economische eigendom en hoe beoordeel je of die is ingebracht in een vennootschap. 

De Hoge Raad geeft eerst aan dat economische eigendom juridisch gezien geen vastomlijnde inhoud heeft. Juridisch komt dit neer op een aantal verbintenisrechtelijke rechten en verplichtingen met betrekking tot een goed, die niet in alle gevallen dezelfde inhoud hoeven te hebben. De inbreng van economische eigendom kan dus betekenen dat niet alleen het gebruik of genot van een goed (zoals hier landbouwgrond) wordt ingebracht, maar ook dat bijvoorbeeld de waarde van dat goed tot het bedrijfsvermogen hoort. Als dat laatste het geval is, komt een verandering van de waarde voor rekening van de vennootschap. Wat de economische eigendom inhoudt, kan dus per situatie verschillen.

Het hangt dus af van de afspraken tussen partijen of  er, zoals in deze zaak, sprake is van een waardevermeerdering die aan de vennootschap kan worden toegerekend. Een factor die daar op kan wijzen (los natuurlijk van een expliciete afspraak) is een crediteringsbeding. Dat laatste houdt in dat de waarde van het goed wordt geactiveerd op de balans van de vennootschap. Dat geeft aan dat beoogd is de waarde in te brengen én het geeft de waarde van die inbreng weer. Zulk een beding kwam in deze zaak voor. Er waren nog diverse aanwijzingen in de afspraken die indicaties gaven of partijen nu beoogd hadden de economische eigendom in te brengen, maar die waren in de rechtszaak bij het gerechtshof (die leidde tot de zaak bij de Hoge Raad) onvoldoende meegenomen, aldus de Hoge Raad. De Hoge Raad geeft nu dit juridische kader mee en hij verwijst de zaak door naar een ander hof ter beoordeling. De zaak moet dus opnieuw.

Moraal van dit verhaal: leg altijd zeer goed vast wat er beoogd wordt, als er sprake is van economische eigendom. Het is namelijk zelfstandig geen vastomlijnd begrip en hoe het ingevuld wordt, is dus afhankelijk van de afspraken tussen partijen daarover.

Rob Geraats

Rob Geraats heeft aan de Universiteit van Tilburg Europees recht en International business law gestudeerd. Na zijn studie heeft hij 3 jaren in de advocatuur gewerkt en per 1 maart 2019 heeft Rob de overstap gemaakt naar Aben & Slag Advocaten.