In Handelsrecht & procederen

Coronavirus: overmacht als juridisch vaccin?

Door Marc Rooijen, geplaatst op 16 maart 2020 in Handelsrecht & procederen

Sinds er besmettingen zijn vastgesteld binnen Nederland worden er steeds verdere maatregelen genomen ter voorkoming van de verspreiding van het coronavirus (COVID-19). Dit raakt niet alleen de Nederlandse burgers, maar nu ook steeds meer de Nederlandse ondernemers. Veel ondernemers vragen zich af welke gevolgen het coronavirus heeft op de nakoming van contractuele verplichtingen.

In het Nederlandse contractenrecht geldt als uitgangspunt dat contracten nagekomen moeten worden. Wanneer een contractspartij een afspraak niet nakomt, kunnen daar verschillende gevolgen aan worden verbonden. Zo is de partij die tekort komt verplicht om de schade die daaruit is ontstaan te vergoeden (artikel 6:74 BW). Die tekortkoming moet wel aan die partij toe te rekenen zijn. Een toerekenbare tekortkoming wordt ook wel wanprestatie genoemd.

Een situatie als nu aan de orde door het coronavirus kan ervoor zorgen dat een contractspartij niet aan zijn contractuele verplichtingen kan voldoen en aldus wanprestatie pleegt. In beginsel vormt dit een grond voor schadevergoeding. Echter, in artikel 6:75 BW is overmachtsbepaling opgenomen:

Een tekortkoming kan de schuldenaar niet worden toegerekend, indien zij niet is te wijten aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt”.

Deze bepaling geldt niet alleen voor de absolute onmogelijkheid om na te komen, maar ook voor de relatieve onmogelijkheid. Bij relatieve onmogelijkheid is de contractspartij in principe bij machte om na te komen, maar vanwege andere omstandigheden is het te bezwaarlijk of onredelijk dat nagekomen dient te worden. Bovendien rechtvaardigt niet elke “verhindering” een beroep op de overmachtsbepaling. De “omstandigheden van het geval” bepalen of een beroep op artikel 6:75 BW slaagt. Dit geldt dus ook voor de huidige perikelen rond het coronavirus. Van belang kan zijn of de overheid bepaalde maatregelen heeft opgelegd. Bovendien dient worden meegewogen of er alternatieven beschikbaar zijn en of degene die zich op overmacht beroept er alles aan doet of heeft gedaan om te voorkomen dat hij niet kan nakomen. 

Wanneer het coronavirus in de gegeven omstandigheden gezien kan worden als een situatie van overmacht in de zin van artikel 6:75 BW, dan komt de schuldeiser geen beroep op nakoming toe. Ook zal die schuldeiser geen schadevergoeding kunnen vorderen van de “wanpresteerder”. 

Ook in een overmachtssituatie is het in beginsel mogelijk om de overeenkomst te ontbinden. Voor een beroep op ontbinding is niet vereist dat de tekortkoming ook toerekenbaar moet zijn; de wet spreekt van “iedere tekortkoming in de nakoming” bij ontbinding.

Veel overeenkomsten en algemene voorwaarden bevatten echter een overmachtsclausule. Deze clausule kan een opsomming van overmachtssituaties inhouden, waardoor wordt afgebakend wat kwalificeert als overmachtssituatie. Bovendien kan de clausule aangeven welke gevolgen gegeven moeten worden in geval van een (dreigende) overmachtssituatie. Zo kan een partij het recht hebben om de leveringsverplichting op te schorten. Ook is het mogelijk dat de overmachtssituatie een opzegbevoegdheid met zich meebrengt. Wanneer een overmachtsclausule niet is overeengekomen, dienen partijen terug te vallen op de wettelijke regeling in artikel 6:75 BW. De wet laat ruimte voor interpretatie. Zoals gezegd hangt het sterk af van de omstandigheden van het geval of een beroep op artikel 6:75 BW slaag in dit geval van een corona-uitbraak.

Wanneer het niet aannemelijk is dat een beroep op overmacht slaagt, dan kan eventueel een beroep op onvoorziene omstandigheden wel slagen (artikel 6:258 BW). De uitbraak en de gevolgen van het coronavirus waren bij het sluiten van de overeenkomst (waarschijnlijk) niet duidelijk. Bij een geslaagd beroep kan de overeenkomst gewijzigd worden. Rechtspraak wijst echter uit dat rechters heel terughoudend zijn met het wijzigen van een overeenkomst vanwege een beroep op onvoorziene omstandigheden.  Ook hier zijn de omstandigheden van het geval van belang.

De gevolgen van het coronavirus zijn al voelbaar bij Nederlandse ondernemers. Het is verstandig om uw algemene voorwaarden en andere contracten na te lopen op overmachtsclausules. Breng in kaart of de huidige situatie kwalificeert als een overmachtssituatie in de zin van het contract en welke gevolgen daaraan gekoppeld zijn. Wanneer uw onderneming onverhoopt vertraging oploopt of niet in staat is om te voldoen aan het overeengekomene, dan kan het verstandig zijn om de wederpartij hiervan in kennis te stellen. Bovendien kunt u nagaan of eventuele schade wordt gedekt door een verzekering. Bij het aangaan van nieuwe overeenkomsten is het een overweging waard om een overmachtsclausule op te nemen en daarin specifiek het coronavirus als overmachtssituatie te bepalen.

Marc Rooijen

Marc Rooijen

Marc Rooijen voltooide de Master opleidingen Civiel recht en Togamaster aan de Universiteit Maastricht. Met ingang van 1 september 2009 is Marc in dienst bij Aben & Slag Advocaten. Hij houdt zich in hoofdzaak bezig met het procederen voor en het adviseren van commerciële partijen en overheden.