In Belgian Desk

Belgische werkgever in Nederland aansprakelijk voor arbeidsongeval van Belgische werknemer?

Door Marc Rooijen, geplaatst op 24 januari 2024 in Belgian Desk

Recent heeft de Hoge Raad een interessante uitspraak gewezen. Het arrest kunt u hier vinden. In de zaak stond de aansprakelijkheid van een Belgische werkgever centraal voor een arbeidsongeval in Nederland. Het arrest biedt een boeiende kijk op de juridische aspecten van een dergelijke grensoverschrijdende aansprakelijkheid.

Feiten

De feiten die in deze kwestie centraal stonden zijn – gestileerd weergegeven – de volgende. Werknemer is op 4 september 2006 in dienst getreden van Smetjet in de functie van industrieel reiniger. Werknemer woonde en woont in België en Smetjet was en is in België gevestigd. De arbeidsovereenkomst tussen Smetjet en de werknemer bevat geen expliciete rechtskeuze. Werknemer heeft op 23 september 2009 een bedrijfsongeval gehad in Budel (Nederland). Het ongeval vond plaats in het bedrijf van Nyrstar Budel B.V. te Budel waar werknemer toen in opdracht van Smetjet werkzaamheden verrichtte. Hierbij heeft werknemer letsel opgelopen doordat hij de giftige stof röstgut heeft ingeademd.

De Nederlandse rechter heeft Smetjet veroordeeld om aan de werknemer een voorschot van € 50.000,- te betalen. De Belgische rechter (arbeidsrechtbank Antwerpen) heeft in een geding tussen de werknemer en Securex (de arbeidsongevallenverzekeraar van Smetjet), Gemeenschappelijke Verzekeringskas tegen Arbeidsongevallen, bepaald dat aan de werknemer een uitkering ineens en een maandelijkse uitkering toekomt. Smetjet heeft vervolgens de werknemer gedagvaard voor de Belgische rechter (arbeidsrechtbank Antwerpen).

Deze procedure was erop gericht de exclusiviteit van het Belgische recht te doen vaststellen op de schade-afhandeling van het ongeval. Onder andere stelde Smetjet dat de Belgische Arbeidsongevallenwet uiteraard in haar totaliteit van toepassing is op dit arbeidsongeval, met inbegrip van het principe van de burgerlijke immuniteit van de werkgever opgenomen in art. 46, paragraaf 1, 3e Arbeidsongevallenwet en dat de werknemer bijgevolg geen burgerlijke schade-eis kan instellen met betrekking tot ditzelfde arbeidsongeval ten laste van Smetjet. De Belgische rechter heeft de vordering ongegrond verklaard. Er is geen hoger beroep ingesteld.

De procedure in eerste aanleg en hoger beroep

Smetjet wendde zich vervolgens tot de Nederlandse rechter. In eerste aanleg vorderde Smetjet dat voor recht werd verklaard dat het Belgische recht van toepassing is op de schadeafhandeling van het arbeidsongeval en dat een eventuele schadeclaim van de werknemer op Smetjet uit hoofde van het arbeidsongeval dient te worden beoordeeld conform de maatstaven van de Belgische Arbeidsongevallenwet, in het bijzonder de toepassing van de bepalingen van art. 46 van de Belgische Arbeidsongevallenwet.

De vorderingen werden door de kantonrechter toegewezen omdat de werknemer niet tijdig de conclusie van antwoord had ingediend. Het Hof ’s-Hertogenbosch heeft op vordering van de werknemer het vonnis van de kantonrechter vernietigt. Het arrest van het Hof is hier te lezen. Kort en goed oordeelt het Hof weliswaar dat het Belgisch recht van toepassing is, maar dat de formulering van de vorderingen van Smetjet dermate onduidelijk is dat niet kan worden overzien welke gedragingen daar nu wel of niet onder vallen. Met betrekking tot de toepasselijkheid van het Belgisch recht bepaalt het Hof dat ongeacht of werknemer zijn vordering baseert op onrechtmatige daad of op werkgeversaansprakelijkheid, het Belgische recht van toepassing is. Op grond van het bepaalde in artikel 4 lid 2 Rome II is het Belgische recht van toepassing op de vordering uit onrechtmatige daad nu dader en slachtoffer beide hun gewone verblijfplaats in België hebben. Op grond van artikel 6 lid 2 EVO is Belgisch recht van toepassing op een vordering wegens schade als gevolg van de uitvoering van de overeenkomst nu de werknemer het merendeel van zijn uren (en dus gewoonlijk) in België werkte.

De ruime uitleg van de Detacheringsrichtlijn in de Waga door artikel 7:658 BW onverkort van toepassing te verklaren, past niet binnen de geboden ruimte van deze richtlijn en leidt daarmee tot een belemmering van het vrije verkeer van diensten. Bovendien heeft de werknemer de toepasselijkheid van de Belgische Arbeidsongevallenwet erkend door zijn vordering bij Securex in te dienen en deze in rechte vast te stellen.

Hoge Raad

In cassatie voert Smetjet met succes aan dat de formulering van de vorderingen door het Hof te beperkt is beoordeeld. Bij de uitleg van een petitum moet niet slechts acht worden geslagen op de bewoordingen daarvan, maar komt ook betekenis toe aan de inhoud van hetgeen aan de eis ten grondslag is gelegd, de wijze waarop de wederpartij de eis heeft opgevat en redelijkerwijs heeft moeten opvatten, en het overige partijdebat. Dat geldt ook voor de uitleg van een vordering tot het geven van een verklaring voor recht van een bepaalde inhoud, aldus de Hoge Raad.

Tevens voert Smetjet terecht aan dat zij wel degelijk afdoende de inhoud van het Belgische recht heeft onderbouwd. De Hoge Raad wijdt vervolgens uitvoerige beschouwingen aan de Belgische civielrechtelijke immuniteit. In België heeft in de arbeidsongevallenregeling voor werknemers het slachtoffer (of zijn rechthebbenden) sinds de wetswijziging van 1978 geen keuzerecht meer. De arbeidsongevallen-verzekering heeft voorrang op het aansprakelijkheidsrecht: het slachtoffer moet zijn rechten laten gelden krachtens de Arbeidsongevallenwet en kan slechts vergoeding vorderen voor de schade in de mate dat die niet vergoedbaar is in het raam van de Arbeidsongevallenwet. Het aansprakelijkheidsrecht is hier dus naar het tweede plan geschoven.

De zaak wordt thans verwezen naar een ander Hof. Zodoende bestaat er al nog altijd onduidelijkheid over onder andere de vraag of het Belgisch recht nu een exclusief karakter kent.

Deze blog kwam tot stand met medewerking van stagiair Daan Stelten.

Wordt u geconfronteerd met een grensoverschrijdende aansprakelijkheid. Neem dan contact op met de Belgian Desk.

Marc Rooijen

Marc Rooijen voltooide de Master opleidingen Civiel recht en Togamaster aan de Universiteit Maastricht. Met ingang van 1 september 2009 is Marc in dienst bij Aben & Slag Advocaten. Hij houdt zich in hoofdzaak bezig met het procederen voor en het adviseren van commerciële partijen en overheden.