In Handelsrecht & procederen

Abstracte bankgaranties; het blijft opletten geblazen!

Door Daniëlle Lamerikx, geplaatst op 16 januari 2019 in Handelsrecht & procederen

De Hoge Raad heeft recent een nadere uitleg gegeven omtrent de inhoud van een abstracte bankgarantie (HR 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2297).

Bij een abstracte bankgarantie dient de feitelijke verstrekker van de garantie (meestal een bankinstelling) op eerste verzoek van de schuldeiser onder de garantie uit te keren, indien wordt voldaan aan de in de garantieovereenkomst gestelde voorwaarden. De betalingsverplichting van de bank is daarbij onafhankelijk van de rechtsverhouding tussen de schuldeiser en schuldenaar en de bank heeft een eigen verplichting om het in de bankgarantie genoemde bedrag te voldoen aan de schuldeiser, indien de schuldeiser stelt dat aan de voorwaarden als opgenomen in de bankgarantie is voldaan. Dit is alleen anders indien er mogelijk sprake mocht zijn van bedrog of willekeur.

In de recente uitspraak speelde de vraag of het Gerechtshof een juiste uitleg heeft gegeven aan de uitleg van de bankgaranties en de daarin opgenomen voorwaarden, meer concreet of aan het in de bankgarantie opgenomen betaalschema een fataal karakter dient te worden toegekend.

X heeft in 2012 van een opdrachtgever opdracht gekregen voor de levering en plaatsing van gevels voor het project Hilton Hotel te Schiphol. De benodigde composiet gevelelementen heeft X voor een bedrag van ruim 3 miljoen euro gekocht bij Y. Omdat Y de productie van die gevelelementen niet kon of wilde voorfinancieren is tussen X en Y afgesproken dat X vooruitbetalingen zou doen en dat Y tot zekerheid een tweetal bankgaranties zou verstrekken. Y heeft zich daartoe gewend tot de bank, welke de twee bankgaranties heeft verstrekt.

In de bankgaranties was een soort van ‘betaalschema’ opgenomen, waarin werd vermeld voor welke data de verschillende betalingen door X aan Y moesten worden gedaan. X heeft in dat verband wel betaald, maar niet conform dat betaalschema.

Op 27 februari 2014 heeft X aan de bank verzocht om het totaalbedrag van de twee bankgaranties uit te betalen. De bank heeft het verzoek ten aanzien van de eerste bankgarantie gehonoreerd, maar heeft de tweede bankgarantie niet volledig uitbetaald, omdat X de in de overeenkomst vermelde termijnbetalingen te laat zou hebben gedaan. Op 4 maart 2014 is Y vervolgens gefailleerd.

X heeft vervolgens de bank gedagvaard en gevorderd dat de bank zou worden veroordeeld tot betaling van een bedrag aan X van primair € 108.000,- en subsidiair van € 70.000,-, vermeerderd met rente en kosten. X heeft aan haar primaire vordering ten grondslag gelegd dat de in de bankgarantie opgenomen betaaldata niet als fatale termijnen te gelden hadden. Aan haar subsidiaire vordering heeft X ten grondslag gelegd dat althans aanspraak bestaat op toewijzing van een vijftal betalingen, omdat in ieder geval die vijf betalingen als tijdig diende te worden aangemerkt. De Rechtbank heeft de vorderingen van X afgewezen. Hiertegen is X in hoger beroep gekomen en het Gerechtshof heeft het vonnis van de Rechtbank vernietigd en de bank veroordeeld om aan X een bedrag te betalen van € 84.000,-.

“Voornoemde uitspraak leert maar weer dat het in de praktijk zaak is én blijft om de te verstrekken of de te verkrijgen bankgaranties vooraf minutieus door een deskundige te (laten) toetsen”

De bank heeft tegen het arrest cassatieberoep ingesteld. Het eerste middel klaagt onder meer dat het oordeel van het Gerechtshof dat betalingen die te laat zijn gedaan voor een specifieke beoogde termijn volgens het Gerechtshof mogen worden toegerekend aan een latere termijn en alsdan als tijdig gedane betaling voor deze latere termijn dienen te worden aangemerkt, onbegrijpelijk is, gelet op de vaststelling dat de betaaltermijnen fatale termijnen zijn.

In zijn arrest geeft de Hoge Raad nogmaals weer welke maatstaven er gelden bij de uitleg van een abstracte bankgarantie:

“Gelet op de aard van een abstracte garantie op afroep (onder de voorwaarden als vermeld in de garantie) en de functie die dergelijke garanties vervullen, alsmede gelet op de positie van de bank, die de belangen in het oog moet houden van zowel de garantiegever, als van degene ten gunste van wie de garantie is gesteld, is een strikte toepassing van de in de garantie gestelde voorwaarden geboden. Uit de aard en functie van de abstracte bankgarantie vloeit tevens voort dat bij de uitleg van een dergelijke garantie groot gewicht toekomt aan de (strikt te lezen) bewoordingen daarvan.”

De Hoge Raad concludeert dat de klachten van de bank in casu slagen, gelet op het feit dat het Gerechtshof zelf heeft vastgesteld dat:

  1. de tekst van de tweede bankgarantie duidelijk is;
  2. de in de tweede bankgarantie opgenomen betaaltermijnen fatale termijnen zijn, en
  3. alle door X gedane betalingen steeds te laat zijn gedaan.

Het oordeel van het Gerechtshof dat betalingen die te laat zijn gedaan, kunnen worden toegerekend aan een volgende termijn als tijdige betaling daarvan, is volgens de Hoge Raad, zonder nadere motivering, onbegrijpelijk. Door deze redenering wordt namelijk het fatale karakter ontnomen aan de in het betaalschema opgenomen betaaltermijnen. Gelet daarop heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof vernietigd.

Voornoemde uitspraak leert maar weer dat het in de praktijk zaak is én blijft om de te verstrekken of de te verkrijgen bankgaranties vooraf minutieus door een deskundige te (laten) toetsen, aangezien de daarin opgenomen voorwaarden strikt naar de letter van de overeenkomst dienen te worden opgevolgd wil de bankgarantie geëffectueerd kunnen worden. Om die reden dienen beide partijen te waken dat zij niet iets overeen komen wat niet kan worden nagekomen. In het geval dat de bankgarantie is verstrekt, zal deze (immers) strikt moeten worden nagekomen.

Heeft u naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Neemt u dan vrijblijvend contact op met mr. R.G.H. (Roy) Bongers (rbongers@abenslag.nl / 0495 – 536138) of  mw. mr. D. (Daniëlle) Lamerikx (dlamerikx@abenslag.nl / 0495 – 536138).