In Insolventierecht & herstructurering

Aansprakelijkheid voor fiscale schulden na een vaststellingsovereenkomst met de curator?

Door Rob Geraats, geplaatst op 8 maart 2022 in Insolventierecht & herstructurering

Op 8 februari 2022 is een uitspraak gepubliceerd van het gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2020:1208). Deze uitspraak dateert al uit 2020, maar is voor de alledaagse faillissementspraktijk toch nog interessant.

De feiten

X was persoonlijk bestuurder van 2 B.V.’s. Deze B.V.’s konden op enig moment niet meer aan hun (fiscale) verplichtingen voldoen en zij zijn failliet gegaan. Voorafgaand aan het faillissement had de bestuurder eigenlijk een melding van betalingsonmacht moeten doen bij de fiscus (artikel 36 Invorderingswet), maar deze werd te laat gedaan. Er was een fiscale schuld ontstaan van meer dan € 60.000,-

In het faillissement stelde de curator vervolgens de bestuurder aansprakelijk voor kennelijk onbehoorlijk bestuur (artikel 2:248 BW). Uiteindelijk leidde dit er toe dat de curator en X een vaststellingsovereenkomst sloten. X zou zo’n € 36.000,- betalen; veel minder dan alleen al de fiscale schuld dus. 

Toen op enig moment het faillissement was geëindigd, legde de fiscus alsnog een naheffingsaanslag voor de fiscale schulden op aan de bestuurder in privé. X werd aansprakelijk gesteld wegens onbehoorlijk bestuur. Er was immers geen tijdige melding van betalingsonmacht en de fiscus (de Ontvanger) was van mening dat de vaststellingsovereenkomst met de curator niet afdeed aan haar recht X alsnog aan te spreken.

X stelt daarentegen dat de Ontvanger hem niet nogmaals aansprakelijk kan stellen, omdat de bestuurdersaansprakelijkheid al is ‘afgekaart’ middels de vaststellingsovereenkomst met de curator, ook al heeft de curator dus geen bestuursaansprakelijkheidsprocedure gevoerd.

Rechtsgang en oordeel gerechtshof

Uiteindelijk komt de zaak bij het gerechtshof Den Haag. In hoger beroep spitst het geschil zich toe op de vraag of X terecht aansprakelijk is gesteld voor de naheffingsaanslagen, Daarbij wordt bijzonder gelet op de vraag of X aan artikel 36.1 van de Leidraad Invordering 2008 (de Leidraad) het vertrouwen kan ontlenen door de Ontvanger niet wegens onbehoorlijk bestuur aansprakelijk te worden gesteld. Dat artikel bevat namelijk de bepaling dat als er sprake is van een samenloop van bestuurdersaansprakelijkheden (door de Ontvanger en de curator) er naar gestreefd moet worden maar één procedure te volgen. Daarbij heeft een procedure door de curator de voorkeur, aldus de Leidraad.

Het gerechtshof komt tot een andere afweging dan de rechtbank en concludeert dat, gelet op artikel 36.1 van de Leidraad, de Ontvanger niet nog het recht heeft X aansprakelijk te stellen voor het als bestuurder onbehoorlijk handelen. De Ontvanger was van de faillissementen op de hoogte en hij heeft ook de naheffingsaanslagen als vorderingen heeft ingebracht in die faillissementen.

Deze regel uit de Leidraad geldt ook voor het geval dat de curator bij de totstandkoming van de gesloten vaststellingsovereenkomst geen rekening heeft gehouden met de fiscale vorderingen en ook akkoord is gegaan met een, afgezet tegen de omvang van het geheel van vorderingen, aanzienlijk te laag bedrag. 

Het Hof weegt daarbij mee dat redelijkerwijs niet anders kan worden geoordeeld, dan dat de door de curator met X gesloten overeenkomst het enkele gevolg is van een aansprakelijkstellingactie door de curator en dat de curator bij het achterwege blijven van deze vaststellingsovereenkomst  zou zijn overgegaan tot een aansprakelijkheidsactie tegen X. Niet kan worden volgehouden dat deze situatie een situatie is waarop de Leidraad in de betrokken passage niet ziet. X krijgt daarmee gelijk.

Kortom: de Ontvanger kon X niet aansprakelijk stellen na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst.

Heeft u naar aanleiding van dit artikel nog vragen? Neem dan vrijblijvend contact op met mr R.M.E. (Rob) Geraats via  0492 – 749 990 of via rgeraats@abenslag.nl.

Rob Geraats

Rob Geraats heeft aan de Universiteit van Tilburg Europees recht en International business law gestudeerd. Na zijn studie heeft hij 3 jaren in de advocatuur gewerkt en per 1 maart 2019 heeft Rob de overstap gemaakt naar Aben & Slag Advocaten.